Gehandicapt: recht op redelijke aanpassingen?

De redactie van Folia Magazine (29/1/2014) laat Han van der Maas aan het woord. Hij wil dat dyslectische studenten geen extra tentamentijd wordt toegekend vanwege hun handicap. Prof.dr. H.L.J. van der Maas is niet de eerste de beste: hij is hoogleraar Psychologische Methodenleer aan de UvA en hoofd van de gelijknamige onderzoeks­groep. Zijn betoog kan als volgt worden samengevat: (a) universitaire diploma’s moeten garanderen dat de algemene academische denkcompetenties (zoals logisch redeneren, concentratievermogen, geheugen en leesvaardigheid) op voldoende niveau beheerst worden; (b) tevens moet het diploma waarborgen dat de aankomende academische beroepsbeoefenaar de nodige competenties heeft om complexe multidimensionele taken (die ook lezen en schrijven omvatten) zelfs onder tijdsdruk accuraat te volvoeren; (c) wie niet in staat is schriftelijke tentamens in de toegemeten tijd te voltooien, beheerst deze competenties niet op voldoende niveau; (d) de examencommissie mag hem of haar dus geen tentamenfaciliteiten bieden om deze structurele deficiënties te verbloemen; en (e) als zij dat tóch doet, dient zij dat in elk geval als minpunt op het diplomasupplement te vermelden. In hoeverre kan dit betoog de toets der kritiek doorstaan?
Lees verder … (PDF)

4 reacties op “Gehandicapt: recht op redelijke aanpassingen?”

  1. Wes Holleman zegt:

    Peter Starreveld, voorzitter van de examencommissie Psychologie (UvA), dient Han van der Maas van repliek (Folia 12/2/2014).
    UPDATE: Weer nieuwe bijdragen aan de discussie (Folia 23/2/2014).

  2. Wes Holleman zegt:

    Van der Maas (UvA) maakt volgens mij onvoldoende aannemelijk dat Werktempo tot de minimumeisen voor het behalen van een academisch diploma behoort. Hij heeft mij verzocht de volgende reactie te plaatsen. De volgende tekst is dus van zijn hand:

    In elke taak die mensen verrichten spelen accuratesse en snelheid een rol. In de wetenschappelijke literatuur spreekt men van een snelheids-accuratesse balans. Om de prestatie te beoordelen en mensen onderling te vergelijken moeten we rekening houden met deze balans. We vinden het bijvoorbeeld oneerlijk als onze tegenstanders met scrabble veel te veel tijd nemen. In het schaken gebruiken we een schaakklok.
    In mijn Folia artikel gaf ik voorbeelden uit de academische beroepspraktijk. Een onderzoeker met dyslexie krijgt geen extra promotietijd voor het lezen en schrijven van artikelen. Een advocaat krijgt geen extra tijd voor het lezen van vuistdikke dossiers. De psychologie van prestaties en de eisen aan academici in de werkomgeving zijn dus duidelijk. Hoge eisen aan werktempo zijn kenmerkend voor de moderne academische beroepspraktijk (zie alle berichten over werkdruk). Wie niet met deze stress om kan gaan heeft een probleem. Dat kan beter maar tijdens de studie ontdekt en opgelost worden.

    De validiteit van onze toetsen is een wetenschappelijke vraag en geen juridische. Holleman beroept zich op de Dublin Descriptoren maar die schieten hier gewoon tekort. Als daar werktempo in ontbreekt dan moeten we als onderwijsgevenden aandringen op een wijziging. Ook een juridisch proefschrift van meer dan 40 jaar oud lijkt me weinig relevant.
    Overigens staan de onderwijs examenreglementen van de UvA extra tentamentijd ook helemaal niet toe. In de OER staat: Studenten met een functiebeperking kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek, in te dienen bij de studieadviseur, in aanmerking komen voor aanpassingen in het onderwijs, de practica en tentamens. Deze aanpassingen worden zoveel mogelijk op hun individuele functiebeperking afgestemd, maar mogen de kwaliteit of moeilijkheidsgraad van een vak of een het tentamen niet wijzigen.
    De moeilijkheid van een tentamen is een welomschreven psychometrisch begrip. Het is de kans op een correct antwoord P(succes), oftewel de score op het tentamen. Strikt genomen is dus elke geslaagde aanpassing (ook een groter lettertype) uitgesloten.
    Ik stel voor de OER ruimhartig te interpreteren: Als de maatregel niet tot hogere scores leidt voor studenten zonder de functiebeperking mag het wel. Een eenvoudig toets voor examencommissies om te bepalen welke aanpassingen in het onderwijs en met name in tentamens wel zijn toegestaan kan er dus uit bestaan te bedenken of andere studenten zonder functiebeperking voordeel zullen halen uit de aanpassing. Indien dit zo is dan is de aanpassing niet toegestaan. Tentamens afgedrukt in een groter lettertype zijn dus bijvoorbeeld wel mogelijk.
    Holleman pleit eigenlijk voor oneindige tijd voor een tentamen. Afgezien van de praktische nadelen vind ik dat dat dan moet gelden voor alle studenten. Nu maak ik mee dat reguliere studenten niet meer verder mogen werken omdat de tentamentijd voorbij is en dyslectische studenten nog een half uur door mogen werken.
    Er zijn eigenlijk twee gevallen te onderscheiden. Het eerste geval betreft een tentamen met tijdsdruk, bijvoorbeeld een open boek tentamen, waarbij iedereen bij voldoende tijd in principe alle vragen kan beantwoorden. In dit geval maakt extra tentamentijd het tentamen evident eenvoudiger. In het tweede geval is er ruim voldoende tijd voor het tentamen; allerlei calamiteiten waaronder wat langzamer lezen zijn ingecalculeerd. Tijdsdruk speelt geen rol. In dat geval is er al ruim voldoende tijd voor het tentamen beschikbaar en is extra tijd overbodig. In bijna alle gevallen vereisen universitaire tentamens slechts een niveau van lees- en schrijfvaardigheden dat al vroeg op de middelbare school bereikt hoort te zijn.

  3. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Oudjaar 2016: inclusief ontwerpen zegt:

    […] in hoe­verre de leerling/student in staat is onder tijdsdruk te presteren? Drie jaar geleden (29/1/2014) betoogde Han van der Maas, hoogleraar Psycho­logische Methodenleer, zelfs dat de toekenning […]

  4. Wes Holleman zegt:

    Van der Maas laat nog steeds van zich horen, maar roept ook tegenreacties op (Folia 23/1/2019).