Geheimhoudingsplicht vs. veiligheid

Hoe ver gaat de professionele geheimhoudingsplicht van leraren jegens hun leerlingen? In de recente brochure Aangifte doen binnen het onderwijs wordt een strakke grens getrokken: hun geheimhoudingsplicht moet wijken voor het schoolveilig­heids­beleid. De brochure is uitgebracht door het Centrum School en Veiligheid, een OCW-project dat is ondergebracht bij het APS (het voormalige Algemeen Pedagogisch Studiecentrum). De brochure is opgesteld met medewerking van de ministeries van Justitie en Binnen­landse Zaken. Er worden negen strafbare feiten opgesomd waartegen de school in het geweer moet komen. De opstellers gaan ervan uit dat incidenten aan de schooldirectie gemeld moeten worden en dat de schooldirectie vervolgens moet besluiten of het vergrijp niet alleen intern bestraft maar ook bij Justitie aangegeven wordt.
De brochure gaat dus voorbij aan het professionele dilemma van leraren, mentoren en andere hulpverleners op school: is het pedagogisch gewenst dat ik mijn vertrouwens­relatie met deze leerling doorbreek, zijn of haar vergrijp aan de schooldirectie meld en hem of haar daarmee blootstel aan nadere sancties, waaronder het risico dat de school­directie aangifte bij Justitie doet? De opstellers van de brochure trachten de aangifte­bereidheid van scholen zeker niet af te remmen. Gepleit wordt voor een consequent, regelgestuurd aangiftebeleid, hetgeen al gauw ontaardt in rigide, bureaucratische decisieregels. Aanbevolen wordt eventuele schade via het strafproces op de dader te verhalen, waarbij niet vermeld wordt dat men ook ondershands kan schikken. In het bijgeleverde stroomschema zijn de keuzemomenten weggelaten, waarmee de suggestie wordt gewekt dat de school geen pedagogische afweging hoeft te maken over de vraag of aangifte gewenst is. Verder wordt in het stroomschema gewezen op de mogelijkheid zelfs niet-strafbare feiten bij de politie te melden, zodat zij deze in het dossier van de betrokkene kan opnemen.
De brochure is gestoeld op een eenzijdige interpretatie van schoolveiligheid: ‘Een goed aangiftebeleid (…) draagt bij aan de veiligheidsbeleving van medewerkers en leerlingen.’ Men gaat er automatisch van uit dat normoverschrijdend gedrag met tucht- en straf­rechtelijke maatregelen bestreden moet worden. Er wordt weinig ruimte gelaten voor andere visies op een veilig schoolklimaat: een veilige ‘learning community’ die zero tolerance van risicomijdende gezagsdragers afwijst en gebouwd is op constructieve samenwerking om gestelde leerdoelen te bereiken; en een vrijplaats waarin jongeren veilige ruimte wordt gegund hun eigen normen en waarden te ontwikkelen en te experimenteren met de grenzen die ze in het sociale verkeer in acht moeten nemen. Aldus opgevat vereist een veilige klas (micro) en een veilige school (meso) wederzijds respect en vertrouwen, en een terughoudend straf- en aangiftebeleid.

2 reacties op “Geheimhoudingsplicht vs. veiligheid”

  1. Wes Holleman zegt:

    In de brochure wordt er ook met nadruk op gewezen dat bij de aangifte van agressie en geweld tegen leraren (of ander onderwijspersoneel) uitdrukkelijk vermeld moet worden dat het om functionarissen met een Publieke Taak gaat. Dergelijke aangiftes worden namelijk met voorrang behandeld en de daders hangt ook een hogere straf boven het hoofd. Het Centrum School en Veiligheid heeft er een speciaal informatieblad over uitgebracht.
    De brochure besteedt overigens geen speciale aandacht aan belediging en andere vormen van verbaal geweld tegen onderwijs­personeel. De aangifte van dit klachtdelict is een belangrijk element van het programma Veilige Publieke Taak van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De opstellers van de brochure hebben dat blijkbaar niet aangedurfd. In dat geval hadden ze namelijk ook expliciete aandacht moeten besteden aan de strafbaarheid van leraren die zich aan (al dan niet verbale) agressie en geweld tegen leerlingen schuldig maken.

  2. Wes Holleman zegt:

    Ron Ritzen en Willem-Jan van Gendt hebben nogal wat moeite met de delictomschrijving Bedreiging: moet je hier afgaan op de (on)veiligheidsbeleving van het slachtoffer of moet je ook kijken naar het realiteitsgehalte van de gewraakte uitlatingen (Punt Avans 22:4, p.26)? Zie ook de casus die ik in 2008 beschreef.