Geldigheidsduur tentamens: een doorbraak?

Jasper van Dijk (SP) heeft opnieuw Kamervragen gesteld over de geldigheidsduur van tentamens in het hoger onderwijs (DUB 20/6/2014). Hij tracht de minister af te brengen van haar standpunt dat faculteiten de geldigheidsduur van tentamens naar eigen goed­dunken mogen beperken. De oorspronkelijke bedoeling van de wetgever was namelijk dat er in dat verband slechts één criterium mag worden gehanteerd, namelijk dat de getentamineerde stof inmiddels ernstig verouderd is. De minister heeft zich echter tot nu toe op het standpunt gesteld dat de wetstekst niet uitdrukkelijk verbiedt ook didactische criteria te hanteren, zoals bevordering van de studiesnelheid.
Maar deze week (23/6/2014) heeft de minister aan de Vaste Kamercommissie laten weten dat er volgens haar toch grenzen moeten worden gesteld aan de bevoegdheid van faculteiten eenmaal behaalde studiepunten te vernietigen: ‘Gelet op de wet­tekst is het geoorloofd de geldigheidstermijn van tentamens te beperken om te stimuleren dat studenten sneller studeren. De geldigheidstermijn (…) mag echter niet onredelijk (kort) zijn. (…) Via het instemmingsrecht oefent de medezeggenschap hierop invloed uit. Het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) kijkt daarnaar bij zaken die bij het college aanhangig worden gemaakt. Ook de Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe dat de wettelijke bepalingen door de instellingen op een redelijke manier worden geïnterpreteerd en toegepast.’
Uit deze passage blijkt dat de minister het volstrekt oneens is met het CBHO-vonnis dat recentelijk is uitgesproken over de Nijmeegse ‘B-in-5’ regeling. Het CBHO (3/6/2014) acht het acceptabel dat alle postpropedeutische studiepunten, dus ook de onlangs behaalde punten, nietig worden verklaard als de student het bachelordiploma niet in vijf jaar weet te halen. Uit de ministeriële passage mogen we opmaken dat de minister bereid is mee te werken aan een wetswijziging waarmee faculteiten, CBHO en Onderwijs­inspectie op het hart wordt gedrukt dat de geldigheidsduur van een behaald tentamen niet onredelijk kort mag zijn. Om de gedachten te bepalen: niet korter dan vijf jaar, gerekend vanaf de datum waarop het tentamen is afgelegd? We moeten hopen dat Jasper van Dijk hierover nadere opheldering van de minister vraagt.
Zie ook mijn vorige blogberichten (9/9/2013, 10/9/2013, 19/3/2014)

Eén reactie op “Geldigheidsduur tentamens: een doorbraak?”

  1. Wes Holleman zegt:

    In antwoord op de Kamervragen van Jasper van Dijk stelt de minister (23/9/2014) dat faculteiten de letter van de wet mogen interpreteren zoals ze dat zelf willen, zolang de rechter (CBHO) daar geen stokje voor steekt. De oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever zijn volgens haar van nul en gener waarde.