Gemengde school in tweestrijd

Het Onze-Lieve-Vrouw College is een Rooms-Katholieke basisschool in het centrum van het stadje Lokeren (halfweg tussen Antwerpen en Gent). Steeds meer autochtone ouders sturen hun kinderen naar een ‘witte’ school in de buitenwijken, zodat nu al 70% van de OLV-leerlingen allochtoon is. Teneinde deze witte vlucht te stuiten, wil het schoolbestuur gemengde klassen behouden: bij voorkeur half-om-half autoch­tonen en allochtonen. Maar een simpele rekensom leert dat dit niet zal lukken. Om te voorkomen dat de autochtone, katholiek opgevoede leerlingen binnen hun klas te zeer in de minderheid komen, heeft de schoolleiding besloten dit jaar twee ‘zwarte’ klassen te formeren, tezamen zo’n 40 van de 350 leerlingen. Maar een allochtone moeder trekt bij het regionale TV-station aan de bel. Zij vindt dat haar dochter door deze segregatie in haar belangen geschaad wordt: als je perfect Nederlands wilt leren, moet je in een Nederlandstalige omgeving worden ondergedompeld. De Vlaamse waakhond voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding gaat nu onderzoeken of hier van ongeoorloofde discriminatie sprake is. In hoeverre¬†wordt deze apartheid ook met pedagogisch-didactische argumenten gerechtvaardigd?
Bron: De Morgen (16/9/2010 a en b); Belang van Limburg (17/9/2010).

3 reacties op “Gemengde school in tweestrijd”

  1. Wes Holleman zegt:

    Mijn blogbericht eindigde met een vraag: kan de school deze apartheid met pedagogisch-didactische argumenten rechtvaardigen? Ik dacht met name aan de mogelijkheid dat men leerlingen met taalachterstanden in één klas plaatst als men aannemelijk kan maken dat men hen op die manier optimaal (remedial) onderwijs kan bieden. Het criterium voor de klassenvorming is dan niet etniciteit doch taalachterstand.
    Maar er is nog een tweede argumentatielijn denkbaar. Men acht gemengde klassen (halfom allochtoon en autochtoon) in pedagogisch-didactisch opzicht wenselijk. Om die reden meent men het surplus van allochtone aspirant-leerlingen of wel (a) aan de poort te moeten afwijzen, dan wel (b) in een second-best ‘zwarte’ klas te moeten onderbrengen. Zowel in geval (a) als in geval (b) geldt dan volgens mij als ethische eis dat men de selectie door middel van loting doet geschieden.

  2. Wes Holleman zegt:

    De berichtgeving in de Vlaamse en Nederlandse pers is op z’n minst gezegd rommelig geweest. Het Laatste Nieuws (17/9/2010) laat in een video-interview de schoolleiding aan het woord: 1. We willen etnisch heterogene klassen; 2. In alle zeventien klassen zitten allochtone leerlingen; 3. In één klas zitten uitsluitend allochtone leerlingen.

  3. Wes Holleman zegt:

    Vorig jaar zomer beschreef ik een andere Vlaamse school-in-tweestrijd: het openbare Koninklijk Atheneum (Binnenstad en Hoboken). Teneinde het gemengde karakter van de school te behouden, werd een hoofddoekverbod ingesteld. Mede ten gevolge het hoofddoekverbod op andere scholen, bestond de school inmiddels voor meer dan 50% uit hoofddoekdraagsters. Bart Voorzanger (22/9/2010) wijdt er een blogbericht aan, naar aanleiding van het optreden van de schooldirectrice bij Pauw & Witteman. Voorzanger focust op de (vermeende) groepsdruk die uit zou gaan van de hoofddoekdraagsters, maar tussen de regels door erkent de directrice dat het hoofddoekverbod eigenlijk is ingegeven door het streven de ‘witte vlucht’ te keren en het multiculturele karakter van de school te behouden. Zij bericht dat haar streven in dit opzicht succes heeft gehad!