Godsvruchtige burgerschapsvorming

Er was er eens een godsvruchtig dorp met een godsvruchtige basisschool. Op een goede dag kwam de onderwijsinspecteur op bezoek. Hij moest controleren of de burgerschapsvorming op orde was. Terug in De Meern rapporteerde hij de volgende bevindingen.
1. De kinderen leren dat ze zich in hun persoonlijk leven aan Gods geboden moeten houden, zoals die geopenbaard zijn in het Heilige Boek. Ze leren dat zondaars, die willens en wetens Gods geboden verzaken, de straf van God te duchten hebben.
2. De kinderen leren dat een losbandige levenswandel, alsmede homoseksueel en transgender­gedrag, in strijd is met Gods geboden.
3. De kinderen leren dat de leden van een godsvruchtige familie en van de lokale godsvruchtige school-, geloofs- en dorps­gemeenschap bijzondere plichten jegens elkaar hebben: ze hebben tot opdracht elkaar te helpen om Gods geboden te blijven naleven en op het rechte pad te blijven. Uit deze opdracht vloeit voort dat de leden elkaar het goede voorbeeld moeten geven en elkaar tot de orde moeten roepen als ze neiging tot zondig gedrag vertonen.
4. De kinderen leren verder dat ze niet te intiem moeten omgaan met mensen die Gods geboden niet naleven: ‘je moet niet met pek omgaan want, voor je het weet, word je daardoor besmet’.
5. De kinderen krijgen geen uitsluitsel over de vraag in hoeverre men binnen de lokale school-, geloofs- en dorpsgemeenschap barmhartige verdraagzaamheid moet betrachten jegens leden die in zondig gedrag volharden.
6. Maar de kinderen leren wel dat ze de Nederlandse democratische rechtsstaat moeten respecteren, die gebouwd is op de principes van non-discriminatie en verdraagzaamheid (‘Leven en Laten Leven’). We leven in een vrij land, dus zolang burgers de landswetten naleven, staat het hun vrij om Gods geboden naast zich neer te leggen. De kinderen leren uitdrukkelijk dat burgers jegens wets­overtreders geen eigenrichting mogen toepassen en dat ze het bestraffen van zondaars aan God moeten overlaten.
7. De onderwijsinspecteur concludeert dat de kinderen op deze basisschool tot oppassende burgers worden opgevoed en dat de risico’s op extremisme of radicalisering in deze school verwaarloosbaar zijn. Volgens hem is de burgerschapsvorming dus wel op orde. Maar toch geeft hij zijn afdelingschef in overweging het conceptrapport voor akkoord naar de inspecteur-generaal door te geleiden: “Ik heb namelijk het gevoel dat de afwijzing van homoseksueel en transgendergedrag, zoals door mij geconstateerd op deze fundamentalistische/orthodoxe school, politiek misschien toch een beetje gevoelig ligt.”

Eén reactie op “Godsvruchtige burgerschapsvorming”

  1. Wes Holleman zegt:

    Dit was dus mijn sprookje. Gelijkenis met de werkelijkheid kan ik niet garanderen, maar ik hoop dat het sprookje kan bijdragen aan het beantwoorden van de vraag of een Nederlandse school mag verkondigen dat homoseksueel gedrag volgens haar zondig is. Ik wil trouwens nog een coda aan mijn sprookje toevoegen:
    Gesteld dat de inspecteur niet alleen op burgerschapsvorming maar ook op de bevordering van sociale integratie was komen controleren, was zijn conclusie (ad punt 7) dan anders geweest? Dat hangt ervan af. Ik denk dat een reformatorisch-christelijke school dan nog steeds in zijn ogen door de beugel kan: de school draagt immers bij aan de sociale integratie van de leerlingen in hun Nederlandse geloofs- en dorpsgemeenschap. Maar wat zou hij van een orthodox-islamitische school vinden die aan de beschrijving ad 1 t/m 6 beantwoordt? Ik denk dat de inspecteur deze school een dikke onvoldoende zal geven, aangezien zij naar zijn oordeel ‘met de rug naar de samenleving staat’. Maar de vraag rijst dan in hoeverre hij zich in dit opzicht aan xenofobe discriminatie schuldig maakt.
    Postscriptum: Ik leg de sprookjesinspecteur dus in de mond dat deze basisschool verzuild gedrag in de hand werkt (althans niet tegengaat). Bij moslims beschouwt hij verzuiling als een verontrustend gebrek aan sociale integratie in de Nederlandse samenleving, terwijl hij dat bij reformatorische christenen niet verontrustend vindt.