Grootstedelijk onderwijsbeleid

Leonard Geluk (CDA) is wethouder van Jeugd, Gezin en Onderwijs in Rotterdam. Voorheen had hij ook de integratie van allochtonen in zijn portefeuille. Onlangs schreef hij, mede namens zijn collega’s uit Amsterdam, Den Haag en Utrecht, een brandbrief (9/10/2008) naar het ministerie. Volgens het ANP wordt in de brief vooral gepleit voor een strenger overheidsoptreden tegen de lage onderwijskwaliteit van ‘zwakke scholen’, zonodig uitmondend in gedwongen sluiting. Maar de vier grote steden hebben méér noten op hun zang.
Lees verder … (PDF)

3 reacties op “Grootstedelijk onderwijsbeleid”

  1. Wes Holleman zegt:

    Hoe steekt het Rotterdams Onderwijs Beleid van wethouder Geluk en zijn dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving in elkaar? Een belangrijke gesprekspartner van de gemeente is Fokor, de koepelorganisatie van Rotterdamse schoolbesturen. In 2005 is een Convenant Rotterdams Onderwijsbeleid gesloten, waarin tien actiepunten voor de periode 2005-2010 zijn geformuleerd. Dat is uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma (januari 2006). Dit omvat onder meer het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (waaronder een geharmoniseerd taalbeleidsprogramma), uitbreiding van de effectieve leertijd (onder meer invoering van het bredeschoolconcept en de verlengde schooldag voor achterstandsleerlingen), op gemeentelijk niveau geregisseerde trajecten voor intensieve schoolontwikkeling van zwakke en zeer zwakke scholen, en beleid gericht op desegregatie, integratie en burgerschapsvorming.

  2. Wes Holleman zegt:

    In het Stadsblad (15/10/2008 p.1-2), een Utrechts huis-aan-huisblad, wordt onderwijswethouder Rinda den Besten geïnterviewd door Peter le Nobel. Ze heeft een consistent, precies geformuleerd verhaal. ‘Als een school een zeer zwakke beoordeling van de Rijksinspectie krijgt, dan moet er [zo eist de inspectie] een verbeterplan komen en [vervolgens] gaat de inspectie een jaar later kijken of het allemaal beter gaat. [Maar] de inspectie zou ook in de periode ertussen meer aandacht moeten geven aan het begeleiden en ondersteunen van zo’n school. Als een school slecht presteert en de leerlingenaantallen lopen terug, dan moet je zo’n school niet minder geld geven. Je stelt een schoolbestuur dan voor een onmogelijke opgave. Zo pakken ze het in het bedrijfsleven ook niet aan. Een verbetering kost nu eenmaal geld. (…) Gemeenten moeten (…) afspraken kunnen maken met een schoolbestuur, de buurt en alle andere partijen die [er] in specifieke gevallen toe doen om zo’n school er weer bovenop te krijgen. (…) Daarom pleiten we voor meer geld en ondersteuning van de inspectie als de onderwijskwaliteit achteruit gaat.’ Maar als een school slecht blijft presteren, dan moet de school volgens Den Besten gewoon dicht en, verwacht zij, ‘van sluiting door de inspectie gaat ook een voorbeeldwerking naar andere scholen uit.’
    Ik maak uit haar verhaal op dat de gemeente Utrecht extra geld van het ministerie en intensievere ondersteuning van de inspectie wil hebben om haar zeer zwakke vmbo-school in een verbetertraject te doen begeleiden.

  3. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Wat is een zeer zwakke school? zegt:

    […] evalueren van de eindopbrengst te weinig rekening met de samenstelling van de leerlingenpopulatie (VO-raad en CDA, Godlieb). Ook wordt bij de beoordeling van de eindopbrengst te weinig gelet op de toegevoegde […]