Het passief kiesrecht van de studerende burger

Worden politiek actieve studenten gediscrimineerd door de universiteiten en hogescholen? Student-leden van interne bestuurs- en medezeggenschapsorganen, bestuursleden van studentenverenigingen en topsporters worden coulant behandeld in hun studie en krijgen dispensatie van allerlei regels, maar gekozen volksvertegenwoordigers (zoals studenten die in de gemeenteraad zitten) vangen achter het net. De Leidse afdeling van de CDA-jongeren­organisatie (CDJA) vindt dat onrechtvaardig. Zij heeft een petitie op touw gezet om de Universiteit Leiden ertoe te bewegen studenten coulant te behandelen als ze een politieke functie vervullen of anderszins maatschappelijk actief zijn in intensief vrijwilligerswerk. Op de nieuwssite van RTV Omroep West (8/8/2019) komen studerende gemeenteraadsleden uit Den Haag (PvdA) en Katwijk (fractie Durf) aan het woord, en op de nieuwssite van de Leidse RTV Unity NU (12/8/2019) ook een studerend duo-raadslid uit Leiden (CDA).
Het CDJA heeft groot gelijk met zijn pleidooi voor verbetering van de rechtspositie van studenten die een politieke functie vervullen. In onze democratische rechtsstaat genieten burgers vanaf hun 18e levensjaar het actief en passief kiesrecht. Idealiter vormt de centrale en d├ęcentrale volksvertegenwoordiging een evenwichtige afspiegeling van de samenleving (BZK 2015, pp. 45, 64-69, 117): zodat de stem van iedere burger gehoord wordt en de belangen van iedere burger worden meegewogen. Dus ook de stem van jongeren en studerenden; de stem van have-nots en uitkeringstrekkers; en de stem van ouderen en gepensioneerden. Wat de rechtspositie van volksvertegenwoordigers in de Eerste Kamer en de d├ęcentrale overheden betreft, gaat men er tegenwoordig van uit (a) dat zij hun politieke werkzaamheden als een nevenfunctie uitoefenen, (b) dat het aanbevelenswaardig is daarnaast een hoofd­functie te blijven vervullen om de binding met de maatschappij te behouden, maar (c) dat het uit een oogpunt van belastbaarheid voor deze volksvertegenwoordigers eigenlijk ondoenlijk is hun politieke taken naast een fulltime hoofdfunctie te vervullen (BZK 2015, pp. 45-49, 79-88).
Er is dus voor de wetgever alle reden om het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 te wijzigen, zodat het bekleden van de bedoelde politieke functies als een persoonlijke omstandigheid geldt waarmee rekening moet worden gehouden bij het uitbrengen van het Bindend Studieadvies in de propedeuse. En naar analogie daarvan dienen universiteiten en hogescholen hun interne regels te veranderen, zodat niet alleen de student-leden van interne bestuurs- en medezeggenschapsorganen maar ook studerende volks­vertegenwoordigers recht hebben op coulante behandeling in hun studie.
Bronnen: Vereniging van Nederlandse Gemeenten: Rechtspositie Raads- en commissieleden; Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK 2015): Bijzondere ambten, een toegesneden rechtspositie: integrale visie (rechts)positie politieke ambtsdragers