Het taboe op zelfdoding

De Stichting 1-1-3 houdt zich bezig met zelfmoordpreventie, met name in de vorm van een hulpdienst die telefonisch en online opereert. Zij geeft ook voorlichting en begeleiding aan onderwijsinstellingen, onder meer via de Handreiking Zelfmoordpreventie. Een belangrijk doel is gedachten over zelfdoding bespreekbaar te maken, want daar rust nogal een taboe op. Eeuwenlang is zelfdoding als antisociaal en zondig bestempeld. Zelfmoordenaars mochten niet in gewijde grond begraven worden. In moderner tijden werden suïcidale gedachten als uiting van een psychische stoornis beschouwd. Maar hoe dat ook zij, het was iets waar je niet over praatte en waar je je voor schaamde. De boodschap van de Stichting 113 is daarentegen dat je niet in je schulp moet kruipen maar dat je hulp moet zoeken om je gevoelens te verwoorden en je problemen te verhelderen. Daarbij gaat het niet alleen om professionele hulp, maar ook om een netwerk van medemensen (familie, vrienden, et cetera) die je opvangen en ondersteunen en die je accepteren zoals je bent.
Maar in sommige subculturen is het taboe zo groot dat men probeert om mensen die een doodswens koesteren, buiten beeld te houden en buiten te sluiten. Dergelijk beleid werd ook door de Northern Michigan University (NMU) aangehangen. Als de afdeling Studentenzaken, via een attenderingsformulier, gewaarschuwd werd voor het risico dat een student het leven niet aankon, stuurde zij hun een brief waarin ze werden opgeroepen voor een psychologisch onderzoek om te bekijken of hun inschrijving beëindigd moest worden. Als ze geluk hadden, volstond men met een gedragsovereenkomst waarin de student een zwijgplicht werd opgelegd om te voorkomen dat medestudenten van zijn of haar problemen en gevoelens op de hoogte raakten en dientengevolge in hun studie­voortgang en sociaal welzijn geschaad zouden kunnen worden. [Wellicht is het van belang te vermelden dat de NMU tot 1963 als hoofdtaak had beroepsopleidingen voor onderwijzers en leraren te verzorgen en dat deze procedure dus oorspronkelijk bedoeld kan zijn geweest om studenten (al dan niet tijdelijk) heen te zenden op grond van een ernstig vermoeden van ongeschiktheid voor de uitoefening van het onderwijzers- of leraarsambt.]
Een paar jaar geleden hebben studenten protest aangetekend tegen deze procedure, en met name ook tegen die zwijgplicht. In 2015 werden hun klachten massaal ondersteund met een petitie onder de slogan “I care” (Ik bekommer me om mijn medemens). Het bureau Mensen­rechten van het federale Ministerie van Justitie heeft hun klachten gegrond verklaard. NMU handelt in strijd met de antidiscriminatiewetgeving als zij gehandicapte studenten (in casu studenten die aan een depressieve stoornis of angststoornis lijden) een zwijgplicht oplegt of hen zonder geldige reden van de universiteit verwijdert. Onlangs is in een schikking vastgelegd dat de universiteit haar beleid zal herzien en dat aan vier gedupeerden een substantiële schade­vergoeding zal worden betaald.
Bron: Detroit News (10/11/2018), Chronicle H.E. (12/11/2018).

Eén reactie op “Het taboe op zelfdoding”

  1. Wes Holleman zegt:

    Jonathan Janssen schrijft in het Nijmeegse studentenblad Ans (5/11/2018) over trigger warnings: moet de docent zijn studenten waarschuwen als hij een schokkend thema behandelt of schokkende beelden vertoont (zoals over zelfdoding of automutilatie), zodat ze zich desgewenst aan zo’n taboe-ervaring kunnen onttrekken?