Hoe liep het afstandsonderwijs in april?

In de tweede helft van april heeft de Onderwijsinspectie telefonisch bij een steekproef van scholen rondgevraagd hoe het afstands­onderwijs liep. Op 13 mei heeft zij haar bevindingen per sector gerapporteerd. Tevens werden er afzonderlijke rapportages uit­gebracht over onderwijs­sectoren waar afstandsonderwijs een bijzondere uitdaging vormt: het speciaal onderwijs (ver­deeld over de vier clusters); het voorgezet speciaal onderwijs (idem); de orthopedagogisch-didactische centra; en de justitiële jeugd­inrich­tingen en gesloten jeugdzorginstellingen.
De Inspectie is van plan nader onderzoek te doen naar het functioneren van het afstands­onder­wijs tijdens de coronacrisis, en naar de mogelijke effecten ervan voor leerlingen en studenten. Dat past bijvoorbeeld bij haar toezichthoudende taak ten aanzien van het basis- en voortgezet onderwijs aan nieuwkomers (waaronder de eerste opvang van anderstaligen). De Inspectie heeft trouwens ook een toezichthoudende taak ten aanzien van de sector die in deze coronatijd geheel op de kurk van de ouderparticipatie dreef: de voor- en vroegschoolse educatie aan 2,5- tot 6-jarigen.
Alle minderjarigen die in Nederland wonen, zijn vanaf vijfjarige leeftijd leerplichtig. Zij móéten naar school en hebben dan ook récht op passend onderwijs. Voor kinderen met een taal­achterstand geldt het recht op voor- en vroegschoolse educatie reeds als ze 2 of 2,5 jaar oud zijn. Dat geldt dus eveneens voor kinderen en jongeren die in asielzoekerscentra wonen (of die in afwachting van uitzetting in gezinslocaties verblijven). Maar sinds de coronalockdown wordt er online afstandsonderwijs geboden en de azc’s zijn daar niet voldoende op ingericht. Er zijn niet genoeg pc’s, laptops en tablets en de internetverbindingen schieten tekort. Onlangs is hier­over bericht in het Algemeen Dagblad (8/5/2020) en op 11 mei hebben PvdA, GroenLinks en D66 hierover Kamervragen gesteld aan staatssecretaris Broekers (die de opvang van asiel­zoe­kers in haar portefeuille heeft) en aan minister Van Engelshoven (OCW).
Onlangs beantwoordde minister Slob (24/4/2020) trouwens Kamervragen van GroenLinks en PvdA over een andere kwestie: dat minderjarige asielzoekers belemmerd worden in het aan­leren van de Nederlandse taal ten gevolge van de vele gedwongen ver­huizingen tijdens de asielprocedure.

Eén reactie op “Hoe liep het afstandsonderwijs in april?”

  1. Wes Holleman zegt:

    Het Vlaamse Kinderrechtencommissariaat heeft half mei een online-enquête onder kinderen en jongeren (8-17 jaar) gehouden om hun ervaringen met de coronacrisis te peilen. Blz. 31 tot 34 van de rapportage gaat over het afstandsonderwijs. 42% Van de basisscholieren, 53% van de middelbare-scholieren en 85% van de postsecundaire studenten ondervond meer stress, in vergelijking met het normale contactonderwijs. Stresserende factoren zijn: achterop raken (schoolwerk niet kunnen volgen, zoals de Vlamingen zeggen); huiswerktaken niet begrijpen; het ontbreken van de nodige leermiddelen of apparatuur; te veel drukte in huis; gestreste gezinsomstandigheden (bv. op financieel vlak). Wat mij vanuit onze Nederlandse situatie verbaast, is dat in dit rijtje ontbreekt: stresserende (onzorgvuldige, inhumane, onprofessionele) bejegening door leerkrachten of docenten.