Honours programs: NL versus USA

Enerzijds moeten leerlingen en studenten door de onderwijsinstellingen worden gestimuleerd in hun school- en studieloopbaan een maximale leerwinst te boeken: het gaat volgens het nieuwe Regeerakkoord VVD-CDA (p.31) om de toegevoegde waarde, zowel voor de minder- als voor de meergetalenteerden. Anderzijds wordt bij de bekostiging van het voortgezet en hoger onderwijs erop gemikt vertraging in de school- en studieloopbaan tegen te gaan. Tevens wordt in het hoger onderwijs het collegegeld voor vertraagde studenten bijna verdrievoudigd. Dat staat in de bijlage van het Regeer­akkoord (p.15-16).
Er waait dus een nieuwe wind in de onderwijspolitiek. Enerzijds wordt actieve talent­ontwikkeling bepleit, maar ander­zijds mag dat niet tot onnodige studievertraging leiden. De nieuwe regering geeft er zelfs de voorkeur aan dat excellente middelbare­scholieren sneller door het programma heen stromen, liever dan dat ze hun toe­gevoegde waarde vergroten (op.cit. p.15). Als men dat concretiseert, zou men tot de stelregel kunnen komen dat zware opleidingsvarianten (zoals gymnasiaal of twee­talig onderwijs) voortaan beschouwd moeten worden als een honoursprogramma voor excellente leerlingen en dat zittenblijvers moeten afstromen naar een minder zware variant (zoals VWO zonder Latijn en Grieks of zonder onderdompeling in een vreemde taal).
Gegeven deze nieuwe onderwijspolitiek komen de honoursprogramma’s in het hoger onderwijs eveneens in een ander licht te staan. Een paar weken geleden verscheen de bundel Talent voor Morgen waarin wegen worden uitgezet voor talentontwikkeling in het hoger onderwijs. Er worden diverse voorbeelden gegeven van bestaande honours­programma’s bij universiteiten en hogescholen. Grofweg gaat het om twee soorten (en om mengvormen daartussen).
Lees verder … (PDF)

2 reacties op “Honours programs: NL versus USA”

  1. Wes Holleman zegt:

    In de Chronicle of Higher Education (6/10/2010) schetst Jennifer Gonzales een genuanceerder beeld omtrent het aantal studenten dat het vierjarige college in de USA inderdaad in vier jaar doorloopt: ondanks de toelatingsselectie treedt bij velen studievertraging op ten gevolge van een deficiënt beginrepertoire, werkstudentschap en wisseling van major.

  2. Wes Holleman zegt:

    In de Meerjarenafspraak (2008) tussen VSNU en OCW is vastgelegd dat 10% van de studenten een honoursprogramma zal volgen en dat voorlopig als definitie voor zo’n programma geldt dat het substantieel meer dan 60 studiepunten per cursusjaar omvat (Kennis in Kaart 2008 p. 19). Over de studieduur van de honoursstudenten is geen afspraak gemaakt: een gemiste kans!