Krijgt het HBO een voldoende?

Sluit deze opleiding voldoende bij je vooropleiding aan? Slechts 52% van de studenten kan dit volmondig beamen. Dat blijkt uit een tevredenheidsonderzoek onder ruim 62.000 HBO-studenten. Voor de HBO-raad is deze uitkomst niet verontrustend, want daar staat tegenover dat slechts 21% van de respondenten de aansluiting ronduit onvoldoende vindt. Maar wat vindt de resterende 27% van de aansluiting?
Het meettechnische probleem is dat alle vragen in de vorm van stellingen zijn gegoten, telkens voorzien van een vijfpunts antwoordschaal: van ‘zeer mee oneens’ tot ‘zeer mee eens’. De tussenliggende schaalpunten worden niet benoemd. De kwestie is nu hoe het middelste schaalpunt geïnterpreteerd moet worden. Er worden twee soorten vragen gesteld. Als we het beoordelingsobject als X betitelen, peilen sommige items of de respondent tevreden is met X en andere items of de respondent (de kwaliteit van) X voldoende vindt. In beide gevallen interpreteert de HBO-raad het middelste schaalpunt als ‘neutraal’. Bij de tevredenheidsvragen is deze interpretatie prima verdedigbaar: de respondent is niet tevreden en evenmin ontevreden. Maar veruit de meeste items peilen of X volgens de respondent voldoende is. Psychologisch loopt de vijfpuntsschaal dan van ‘nee (zeer onvoldoende)’ naar ‘ja (ruim voldoende)’. Het middelste schaalpunt moet in dat geval als ‘twijfelachtig (een vijfje)’ geïnter­pre­teerd worden. Volgens normale Nederlandse begrippen is een vijf beneden de maat. Conclusie: 48% van de HBO-studenten vindt dat de opleiding onvoldoende bij hun vooropleiding aansluit.