Kwaliteitszorg in het hoger onderwijs

Eind augustus heeft de Onderwijsraad een adviesrapport uitgebracht over de kwaliteit van het hoger onderwijs: door wie en op welke manier kan de kwaliteit gewaarborgd en verbeterd worden? De centrale boodschap is dat er op het niveau van de afzonderlijke lokale opleidingen een kwaliteitscultuur tot stand moet worden gebracht waarbij alle stakeholders betrokken worden: de docenten, de studenten, het opleidingsmanagement, vertegenwoordigers van het afnemende beroepenveld. Zij vormen de ‘opleidings­gemeenschap’ die de primaire verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteitszorg, gebaseerd op een gedeelde onderwijsvisie. Aan de instellingsbesturen en de landelijke gremia komt slechts een faciliterende en kaderstellende rol toe, gevoed door publieke waarden en belangen.
Met die wollige term ‘opleidingsgemeenschap’ wordt door Onderwijsraad versluierd dat studenten afnemers zijn van een bedrijf dat hun, in het bestek van slechts enige jaren, tegen betaling van een fors collegegeld, onderwijs- en examendiensten verleent. Door het bedrijf wordt bepaald op welke voorwaarden van de diensten gebruik mag worden gemaakt, wie slaagt en wie gezakt is en wie wegens vermeende ongeschiktheid moet vertrekken. Neen, de Onderwijsraad gaat ervan uit dat de ‘opleidingsgemeenschap’ pal staat voor de belangen van studenten, althans voorzover deze belangen erkend zijn in de gedeelde onderwijsvisie die tot stand is gekomen dankzij krachtig leiderschap van het managementteam op opleidingsniveau.
Al met al een stroperig rapport. Harvey & Green (1993) hebben aangetoond dat kwaliteit een multidimensioneel begrip is en dat elke kwaliteitsmaatstaf zijn voors en tegens heeft. De Onderwijsraad voelt zich daarom niet geroepen nader te omschrijven welke kwaliteitsmaatstaven en criteria serieuze aandacht van de ‘opleidingsgemeenschap’ verdienen. Storend is dat de Onderwijsraad het onderscheid tussen productkwaliteit en dienstenkwaliteit niet uitwerkt (resp. de kwaliteit van de afgestudeerde en de kwaliteit van de diensten die aan de student geleverd worden). Ook laat de Onderwijsraad twee andere benaderingen uit de kwaliteitskunde buiten beschouwing: beheersing van de markt­kwaliteit (sluiten de aangeboden diensten bij de vraagzijde van de studentenmarkt aan?) en beheersing van de customer value (levert het gebruik van de aangeboden diensten voor iedere ingeschreven student voldoende baten op in het licht van de studiekosten en -inspanningen die hij zich moet getroosten?).

2 reacties op “Kwaliteitszorg in het hoger onderwijs”

  1. Wes Holleman zegt:

    Waardoor raak ik zo geïrriteerd van het adviesrapport? Door het feit dat de opstellers hun uiterste best doen te voorkomen dat de belangen van studenten en aspirant-studenten behoorlijk beschermd worden door landelijke regelgeving en landelijke en lokale toezichthouders (of door codificatie van ethische uitgangspunten voor de professionals en de professionele organisaties) en het te doen voorkomen dat studenten ampele gelegenheid hebben binnen de ‘opleidingsgemeenschap’ af te dwingen dat met hun belangen voldoende rekening wordt gehouden.

  2. Wes Holleman zegt:

    Het advies van de Onderwijsraad heeft de vorm van een cirkelredenering: (a) Een opleiding wordt door de Onderwijsraad gedefinieerd als de gemeenschap van docenten, onderwijsleiders, studenten en andere stakeholders die betrokken zijn bij een onderwijs- en examenprogramma (p.15). (b) De Onderwijsraad poneert de stelling dat een begunstigende voorwaarde voor effectieve beheersing van de kwaliteit van een onderwijs- en examenprogramma is dat de stakeholders een hechte leergemeenschap vormen, met sterk leiderschap, met een gedeelde onderwijsvisie en met een gedeelde kwaliteitscultuur. (c) Volgens de Onderwijsraad moeten de instanties op stelsel- en instellingsniveau bevorderen dat op opleidingsniveau aan de begunstigende voorwaarde ad (b) voldaan is. (d) De Onderwijsraad concludeert uit (b) en (c) dat de primaire verantwoor­delijkheid voor de kwaliteit van een onderwijs- en examenprogramma niet op stelsel- of instellings- maar op opleidingsniveau gelegd moet worden, dus bij de stakeholders die direct betrokken zijn bij het onderwijs- en examenprogramma van de opleiding. (e) De Onderwijsraad hanteert daarbij als utopische vooronderstelling dat de stakeholders op opleidingsniveau erin slagen hechte leergemeenschappen te vormen, waarin voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van studenten en aspirant-studenten.