Langstudeerders: negen casussen

De Eerste Kamer behandelt binnenkort het wetsontwerp Collegegeld Lang­studeerders. Dat komt bovenop de liberalisering van de collegegelden die in de Wet Versterking Besturing is ingevoerd. Het probleem met dit soort wetgevingsexercities is dat de parlementariërs geen flauw idee hebben hoe hun abstracte wetten uitpakken voor concrete studenten van vlees en bloed. In arren moede leggen ze de ethische en financiële pijn bij de instellingsbesturen: gelieve ruimhartig gebruik te maken van een hardheidsclausule of van uw noodfonds (Profileringsfonds) om schrijnende gevallen op te vangen. Het ontbreekt de parlementariërs aan de know-how en denkdiscipline die nodig is om zicht te krijgen op de gevolgen voor diverse categorieën studenten. Wat ontbreekt is een catalogus van langstudeerders: een typologie van studenten die getroffen worden door de nieuwe wettelijke maatregelen. Zo’n catalogus zou kunnen worden opgesteld door studentendecanen of door landelijke studentenorganisaties, maar ik heb nog niets gehoord van initiatieven in die richting. Als aanzet tot zo’n catalogus, beschrijf ik hieronder negen fictieve casussen. Maar ik kan niet helemaal garanderen dat ik alle wettelijke finesses goed begrepen heb.
Lees verder … (PDF)

4 reacties op “Langstudeerders: negen casussen”

  1. Wes Holleman zegt:

    Niet alleen door hardheidsclausules en noodfondsen wil men de scherpe kantjes van de langstudeerdersmaatregelen corrigeren, maar ook door extern gefinancierde beurzenprogramma’s. Op dinsdag 10 mei opende staatssecretaris Zijlstra een ‘denktanksessie’ die daaraan gewijd was. HOP-journalist Bas Belleman bericht in dit verband over een beurzenprogramma van de TU Eindhoven dat het torenhoge instellingscollegeld beoogt te compenseren als excellente studenten een tweede master willen volgen (TUDelta 11/5/2011).

  2. Wes Holleman zegt:

    Op 20/5/2011 heeft de staatssecretaris kamervragen beantwoord over de kosten die door universiteiten in rekening worden gebracht voor deelname aan een ‘premaster’ schakelprogramma, meer in het bijzonder aan studenten met een HBO-diploma.
    UPDATE I: En op 8/6/2011 beantwoordde hij kamervragen over de hoogte van het instellingscollegegeld voor een tweede studie. Het ministerie is niet bereid zelf in actie te komen.
    UPDATE II: Wat de premaster-schakelprogramma’s betreft kondigt de staatssecretaris aan dat hij de wet wil aanpassen opdat studenten deze programma’s tegen het wettelijke (lage) collegegeld kunnen volgen zolang het om maximaal 30 studiepunten gaat (Strategische agenda hoger onderwijs ‘Kwaliteit in verscheidenheid’, 1/7/2011, p.38).
    UPDATE III: Maar bij de plenaire behandeling van de langstudeerderswet in de Eerste Kamer (5/7/2011) bericht de staatssecretaris dat voor een premaster-schakelprogramma met een cursusduur van een half jaar weliswaar het wettelijk collegegeld verschuldigd zal zijn, maar dat de 3000 euro toeslag wel degelijk verschuldigd zal zijn indien de C+1 periode van de bachelorfase reeds verstreken is. Daar zullen de wetgevingsjuristen nog een hele kluif aan hebben.
    UPDATE IV: De staatssecretaris (24/11/2011) bevestigt zijn voornemens inzake de premaster-schakelprogramma’s.

  3. Wes Holleman zegt:

    De (Groninger) Universiteitskrant (19/5/2011) maakt melding van het gerucht dat OCW overweegt op termijn de overheidsbekostiging van masteropleidingen stop te zetten. In dat geval zou iedere student het volle instellingscollegegeld verschuldigd zijn.

  4. Wes Holleman zegt:

    De NOS (22/7/2011) geeft een overzicht van de tarieven voor een tweede studie: het zgn. instellingscollegegeld.
    UPDATE I: De staatssecretaris beantwoordde op 26/8/2011 kamervragen over de hoogte van het instellingscollegegeld.
    UPDATE II: Het ISO trekt aan de bel (DUB 25/8/2011) omdat studenten die eerst een particuliere studie hebben gevolgd eveneens het instellingscollegegeld verschuldigd zijn als ze een tweede studie gaan volgen. Ook bij een eerste buitenlandse studie kunnen vraagtekens worden gezet.
    UPDATE III: De Amsterdamse rechtbank heeft een voorlopig vonnis gewezen over het collegegeld voor een tweede universitaire studie: bepalend zijn de kosten die er voor de instelling mee gemoeid zijn (Trouw 16/12/2011). Partijen moeten nu tot overeenstemming komen over de kostendefinitie: gemiddelde kosten? marginale kosten van de laatste student?
    UPDATE IV: Het voorlopige vonnis (in kort geding) d.d. 14/12/2011 is te vinden op Rechtspraak.nl > LJN BU8437.