Leiden: geldigheidsduur van tentamens

Paul van Meenen kan het bijna niet geloven. Sinds een jaar zit hij als onderwijs­woordvoerder voor D66 in de Tweede Kamer. Ooit begonnen als eerstegraads­docent Wiskunde, heeft hij een lange onderwijscarrière in het mbo, hbo en v.o. achter de rug. Een echte onderwijsman dus. Maar wat hij deze week gehoord heeft, daar slaat hij steil van achterover (DUB 6/9/2013): de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden beperkt de geldigheidsduur van behaalde tentamens (Mare 5/9/2013). Als rechtenstudenten de driejarige bacheloropleiding niet in vier jaar voltooien, verliezen ze alle studiepunten die ze na de propedeuse behaald hebben, ook al zijn ze door de propedeutische selectie heengekomen. Naar verluidt wil de faculteit de gedupeerde vijfdejaarsstudenten zelfs beletten om de desbetreffende tentamens opnieuw af te leggen, hoewel er voor zo’n verbod geen wettelijke basis bestaat. De faculteit wil domweg dat deze vertraagde studenten vertrekken. Van Meenen vindt dat een bizarre regeling. De bekende hogeronderwijsjurist Peter Kwikkers is het met hem eens. De wetgever laat weliswaar toe dat faculteiten de geldigheidsduur van tentamens beperken, maar dat is uitsluitend bedoeld om de kwaliteit van het diploma te waarborgen voor het geval dat de getentamineerde stof na verloop van tijd ernstig verouderd is. Volgens hem mogen ze deze bevoegdheid niet misbruiken om studenten tot een hoger studietempo aan te zetten. En voor een bevoegdheid om vertraagde studenten (na voltooiing van de selectieve propedeuse) heen te zenden, bestaat al helemaal geen wettelijke basis.
Lees verder … (PDF)

11 reacties op “Leiden: geldigheidsduur van tentamens”

  1. Wes Holleman zegt:

    Het Nijmeegse studentenblad ANS (6/9/2013) bericht dat sommige faculteiten van de Radbouduniversiteit eveneens een beperkte geldigheidsduur van tentamens kennen (de B-in-vijf regeling).
    Vijf jaar geleden rapporteerde ANS (24/4/2008) over het standpunt dat OCW-minister Plasterk geformuleerd had in antwoord op kamervragen over de Nijmeegse B-in-vijf regeling. Zie ook mijn toenmalige commentaar daarop. Anno 2013 beroept de Leidse rechtendecaan zich op dat ministeriële standpunt (Univers 6/9/2013).

  2. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Geldigheidsduur van tentamens (II) zegt:

    […] het ook met de geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens. In mijn vorige blogbericht (9/9/2013) kwam ik met juridische argumenten tegen het vernietigen van eenmaal behaalde studiepunten. Maar er […]

  3. Wes Holleman zegt:

    Jet Bussemaker is vrijdag en zaterdag jongstleden op bezoek geweest in Moskou, in haar hoedanigheid van minister van Cultuur. Blijkbaar was ze dinsdag nog niet helemaal van haar vermoeienissen bekomen, want op het wekelijkse mondelinge vragenuurtje van de Tweede Kamer (10/9/2013, 27:15″) maakte ze er een potje van. Partijgenoot Mohandis stelde vragen over de Leidse kwestie. Zij antwoordde dat universiteiten en hogescholen naar eigen goeddunken gebruik mogen maken van hun wettelijke bevoegdheid de geldigheidsduur van tentamens te beperken, maar zij liet doorschemeren dat men zich daarbij wel heeft te houden aan de intentie van de wetgever: de geldigheidsduur kan pas verlopen als de ooit getentamineerde kennis niet meer up-to-date wordt geacht. Daarbij stelt zij uitdrukkelijk dat het om de toentertijd aangeboden kennis gaat [en dus niet om het feit dat de kennis die toentertijd door de student tot zich is genomen, inmiddels kan zijn weggezakt]. Zij vergeet dat Leiden deze wetsinterpretatie juist aan zijn laars lapt: een tentamen dat op 31 augustus met goed gevolg is afgelegd, kan op 1 september reeds zijn geldigheid verliezen, namelijk als de Leidse rechtenstudent op dat moment meer dan een jaar vertraagd is geraakt.
    Op een ander punt heeft zij Leiden uitdrukkelijk teruggefloten: men mag de gedupeerde studenten niet het recht ontzeggen om de desbetreffende tentamens opnieuw af te leggen. Maar de minister gaat dan weer niet op de vraag in hoe lang de geldigheidsduur van opnieuw afgelegde tentamens behoort te zijn.
    Voor de studentenorganisaties is het verder interessant dat de minister zegt te willen voorkomen dat studenten de dupe worden van een stapeling van maatregelen. Ze heeft niet uitgelegd wat ze daarmee bedoelt.
    Op de Volkskrant-site (10/9/2013a, 10/9/2013b) geeft Joost de Vries een update van de ontwikkelingen rond de Leidse kwestie. In het laatstgenoemde artikel zet hij de lezer overigens op het verkeerde been. De wet schrijft niet voor dat de geldigheidsduur van tentamens beperkt wordt.
    Post Scriptum: Ik stelde dat Leiden de ministeriële interpretatie aan de laars lapt. Dat blijkt tevens uit het feit dat de geldigheidsduur langer is voor deeltijdstudenten, voor studenten die bestuursmaanden e.d. kunnen opvoeren en voor studenten die hun studie onderbroken hebben.

  4. Wes Holleman zegt:

    De Leidse Onderwijs- en Examenregeling is volgens de minister dus in strijd met de wet. Hoe kan het dat de Leidse faculteit niet eerder is teruggefloten door de Onderwijsinspectie, die immers toeziet op de rechtmatigheid (naleving van de wet- en regelgeving) met betrekking tot het facultaire handelen? De Nederlands-Vlaamse accreditatie-organisatie NVAO, die op de kwaliteit toeziet, heeft evenmin aan de bel getrokken. Valt conformance to regulation dan niet onder de kwaliteitskenmerken (in zoverre als de wetsbepalingen bedoeld zijn om de kwaliteit van de dienstverlening aan studenten te waarborgen)?

  5. Wes Holleman zegt:

    Update I: OCW heeft nog geen contact opgenomen met de Leidse rechtenfaculteit om te vertellen in hoeverre ze de wettelijke regels overtreden hebben (Mare 26/9/2013, p.4). En het faculteitsbestuur vertelt nog niets over eventuele procedures die bij het lokale College van Beroep voor de Examens zijn aangespannen.
    Update II: De Onderwijsinspectie vertoont tekenen van leven (DUB 25/9/2013): zij heeft de Katholieke pabo te Helmond teruggefloten vanwege het feit dat zij studenten die vier keer voor een vak gezakt zijn, het diploma ontzegt.

  6. Wes Holleman zegt:

    De Universiteitsraad van de Universiteit Leiden adviseert het CvB erop toe te zien dat faculteiten, wat de geldigheidsduur van tentamens betreft, niet lager gaan zitten dan de minimumtermijn (vier jaar) die in het Leidse modelreglement voor de facultaire Onderwijs- en Examenregelingen is aanbevolen (Mare 24/10/2013). Ik kan uit dit bericht niet opmaken of er in het model iets is gezegd over mogelijke differentiatie in geldigheidstermijnen (voltijd vs. deeltijd etc.).
    UPDATE I: Het faculteitsbestuur is niet bereid de kritiek op haar regeling van de geldigheidsduur ter harte te nemen (Mare 21/11/2013). Het wachten is op ingrijpen door de Onderwijsinspectie, de rechter of de wetgever.
    UPDATE II: Het geschil tussen Uraad en CvB escaleert (Mare 12/12/2013). De Raad wil inspraak bij het geven van dispensatie van de vierjarige geldigheidsduur die in het model-OER is vastgelegd.
    UPATE III: De Uraad krijgt inderdaad inspraak bij het geven van dispensatie (Mare 16/1/2014).

  7. Wes Holleman zegt:

    Op 12 september heeft Paul van Meenen een hele batterij kamervragen naar de minister gestuurd. Zij heeft deze vandaag (29/10/2013), zo goed en zo kwaad als ze kon, trachten te beantwoorden. Ze praat zich volledig in de nesten.

  8. Wes Holleman zegt:

    De Universiteitsraad gedoogt dat de gewraakte regeling van kracht blijft voor oudere studentengeneraties (tot en met het instroomcohort 2012), maar het lokale College van Beroep voor de Examens heeft bepaald dat de getroffen studenten (niet een halfjaar maar) een jaar de tijd moeten krijgen om hun tentamens alsnog te halen (Mare 27/2/2014).

  9. Wes Holleman zegt:

    In een kamerbrief (12/3/2014) probeert de minister duidelijkheid te scheppen: volgens haar mogen faculteiten naar eigen goeddunken de geldigheidsduur van tentamens beperken.
    UPDATE I: Hogeronderwijsjurist Peter Kwikkers is het niet met haar eens (DUB 14/3/2014): je mag niet zomaar voorbijgaan aan de bedoelingen van de wetgever. In de wet staat dat de geldigheidsduur waar nodig beperkt mag worden. Zelfs bij een louter grammaticale wetsinterpretatie mag men dat voorbehoud niet verdonkeremanen.
    UPDATE II: Kwikkers licht zijn standpunt toe (Mare 20/3/2014).
    UPDATE IIII: In antwoord op nadere vragen van de Vaste Kamercommissie licht de minister haar Kamerbrief toe (23/6/2014). Zij meent dat de geldigheidsduur van tentamens niet onredelijk kort mag zijn en dat het CBHO daarop moet toezien.

  10. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Juristen oneens over geldigheidsduur tentamens zegt:

    […] Mag de Leidse Rechtenfaculteit vandaag studiepunten ongeldig verklaren die gisteren met vlag en wimpel behaald zijn? En mag zij in dat opzicht discrimineren tussen voltijd- en deeltijdstudenten en tussen oudere- en jongerejaarsstudenten? In een recent lezerscommentaar (DUB 19/3/2014) stelt hogeronderwijsjurist Anton van den Hoeven dat de faculteit daartoe gerechtigd is. Maar zijn gezaghebbende collega Peter Kwikkers zegt dat de faculteit zodoende in strijd met de wet handelt (Cursor 17/3/2014). Wie heeft gelijk? Het is maar nèt welke wetsinterpretatie je aanhangt. In artikel 7.13 WHW staat dat de geldigheidsduur waar nodig beperkt mag worden. Uitgaande van de oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever heeft Kwikkers gelijk: alleen als de ge­tentamineerde kennis niet meer up-to-date is, mag men behaalde studiepunten nietig verklaren. Maar de wetstekst laat ruimte voor een afwijkende interpretatie: als de faculteit het nodig vindt de geldigheidsduur van tentamens te beperken om studenten tot een hoger studietempo aan te zetten, dan is dat niet in strijd met de letter van de wet. En het College van Beroep Hoger Onderwijs (CBHO), het hoogste rechtsorgaan in dit soort zaken, heeft geoordeeld dat de letter van de wet doorslag­gevend is. Dus volgens de vigerende jurisprudentie mogen faculteiten de geldigheidsduur van tentamens naar eigen goeddunken beperken. Het ziet er derhalve naar uit dat Van den Hoeven gelijk heeft met zijn stelling dat de Leidse Rechten­faculteit niet kan worden teruggefloten door de Onderwijsinspectie of door het Ministerie. Maar er zit schot in de opvattingen over deze kwestie. De onderwijswoordvoerders van CDA, D66 en SP (leden van de Wetgevende Macht) menen dat de wetshistorische interpretatie de voorkeur verdient (DUB 19/3/2014). Ze staan dan echter voor het probleem dat het oordeel van de Rechterlijke Macht niet zomaar overruled kan worden. Als ze de rechter willen corrigeren, moeten ze zorgen dat de bestaande wetstekst wordt aangepast zodat deze duidelijker recht doet aan de oor­spronkelijke bedoelingen van de wetgever. Bron: de verwikkelingen rond Rechtsgeleerdheid Leiden […]

  11. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Geldigheidsduur tentamens: een doorbraak? zegt:

    […] van Dijk hierover nadere opheldering van de minister vraagt. Zie ook mijn vorige blogberichten (9/9/2013, 10/9/2013, […]