Leraarsprestaties: value-added in NY

De regering-Obama wil de persoonlijke accountability van leraren versterken. In het openbaar onderwijs van New York gaan ze daar heel vér in. Leerlingen leggen jaarlijks een ‘Cito-toets’ voor Rekenen en Taal af, zodat er harde gegevens over de leerwinst beschikbaar zijn. Deze gegevens worden gekoppeld aan de leraar die het desbetreffende onderwijs verzorgd heeft. Op die manier kan de value-added van zijn of haar leerlingen berekend worden. Maar daarmee is nog niet duidelijk in hoeverre die toegevoegde waarde op het conto van de betrokken leraar geschreven moet worden. Daarom wordt eerst met behulp van een wiskundig model bepaald hoeveel leerwinst verwacht had mogen worden, gegeven de achtergrondkenmerken van iedere leerling. De prestatie van de leraar wordt nu uitgedrukt in termen van het verschil tussen de feitelijke en de verwachte leerwinst van zijn of haar leerlingen. Deze score komt in het personeelsdossier van de betrokken leraar en vormt dus één van de inputs voor deskundigheids­bevordering, kwaliteitsverbetering, functioneringsgesprekken en personeelsbeoordelingen.
Het probleem is echter dat de wijze van dataverzameling, de berekeningsmodellen en de resulterende scores erg onbetrouwbaar zijn (John Ewing 2011). De leraren en hun vakbonden eisten daarom dat er waarborgen worden ingebouwd opdat de scores met wijsheid gebruikt zullen worden. Maar politici en journalisten houden niet van dat soort subtiliteiten. De NY Times heeft via een WOB-procedure afgedwongen dat de scores op naam gepubliceerd mogen worden. En zo is de afgelopen dagen geschied … Wat begon als een onbehouwen poging tot ‘scientific human resource management’, is door deze ‘naming and shaming’ volledig uit de hand ge­lopen. Om de onderwijskwaliteit te optimaliseren moeten leraren, schooldirecties, bestuurders en ouders elkaar kunnen vertrouwen. Het zal in New York vele jaren kosten om die vertrouwensbasis weer enigszins te herstellen.
Bron: Washington Post (24/2/2012); NY Times (24/2/2012a, 24/2/2012b, 25/2/2012, 28/2/2012).

Eén reactie op “Leraarsprestaties: value-added in NY”

  1. Wes Holleman zegt:

    Dit is het derde blogbericht uit een drieluik over het competitieve onderwijsbeleid dat door overheden in vele Westerse landen gevoerd wordt. In de USA gaat dat onder de vlag van de Race to the Top. Zorg dat ons land qua scholingsniveau hoger scoort in de mondiale ranglijst van kenniseconomieën. Zorg dat uw school hoger scoort in de nationale ranglijst van onderwijsprestaties. Zorg dat jouw leerlingen hoger scoren in de nationale ranglijst van leerprestaties. De vorige delen van het drieluik waren Waiting for Superman (24/1/2012) en Shanghai koploper in PISA (24/2/2012). Een meedogenloos centralistisch beleid, gebaseerd op eenzijdige prestatie-indicatoren, dat scholen en leraren ertoe drijft het enge eigenbelang voorop te stellen. Met de botte bijl worden schoolsystemen, scholen en leraren in gebreke gesteld en met opheffing en ontslag bedreigd. Het belang van de individuele leerling wordt buiten beschouwing gelaten, want dat zou het zicht op ons aller belang vertroebelen: het concurrentievermogen van onze nationale kenniseconomie.