Maatschappelijke stage: 30 klokuren

Op de valreep heeft het kabinet Balkenende wetsvoorstel 32531 betreffende de Maatschappelijke Stage (MS) ingediend. Het gaat om onbezoldigde vrijwilligers­activiteiten die moeten bijdragen aan de verwerving van vaardigheden ten behoeve van het functioneren in de maatschappij (dus buiten het beroepsmatige functioneren). Leerlingen vanaf 13 jaar mogen buitenschoolse stages lopen. De verdere randvoor­waarden, waaronder de minimale omvang van de stage, worden in een algemene maatregel van bestuur geregeld.
Het meeste wordt dus per AMvB geregeld, maar in de MvT en het Nader Rapport wordt al een globaal beeld geschetst. Mede om budgettaire redenen wordt de minimale omvang van de stage beperkt tot 30 klokuren. De leerling mag zelf een stageplaats kiezen. De school bewaakt de kwaliteit van de stage, wat bezegeld wordt met haar handtekening onder het stagecontract. Een opvallend puntje is dat de ouders medeverantwoordelijk worden gesteld voor de keuze van de stage, althans zolang de leerling onder de 16 jaar is. Niet aan de school maar aan hen valt de taak toe, te toetsen of de voorgenomen stage de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van hun kind kan schaden, en zij zetten dan ook hun handtekening onder het stagecontract.
Als we op het Nader Rapport mogen afgaan, is de Raad van State nogal kritisch geweest over de kabinetsplannen. Onder meer zet de Raad vraagtekens bij de mogelijkheid om binnenschools aan de MS-verplichtingen te voldoen. De raad vraagt zich af of binnenschoolse stages voldoende bijdragen aan de MS-doelen op het gebied van burgerschapsvorming en bevordering van de sociale samenhang binnen de maatschappij. Maar volgens mij is er nog een ander risico. Of je het nu wendt of keert, de school is gewoon een bedrijf. Als de wetgever binnenschoolse stages mogelijk maakt, stelt hij leerlingen bloot aan het risico dat de school zich vooral door bedrijfseconomische belangen laat leiden, met het doel haar docerende en onder­steunende staf te ontlasten of haar onderwijsopbrengsten te verhogen. Hoe wil de wetgever dergelijke belangenverstrengeling tegengaan? Voorkomen moet worden dat leerlingen door de school geëxploiteerd worden: huiswerkhulp geven, leraren assisteren, koffie schenken op ouderavonden, fietsenstalling repareren, kantine boenen … Aan dat soort stages zit een luchtje. Het riekt naar een vorm van sociale dienstplicht die niet in schoolcurricula thuis­hoort. Mogen leerlingen hun maat­schappelijke stage binnen de eigen school of binnen andere scholen doen? Neen, dat moet de wetgever vierkant verbieden.

5 reacties op “Maatschappelijke stage: 30 klokuren”

  1. Wes Holleman zegt:

    1. Waarom vond ik die ouderlijke handtekening ‘een opvallend puntje’? Laten we een extreme casus construeren. Een meisje van 15 jaar heeft vorig jaar een abortus ondergaan en nu wil ze in het kader van haar MS gastvrouw worden bij een abortuskliniek. Ik begrijp heel goed dat de school dan een handtekening van haar ouders wil. Maar het ‘opvallende puntje’ is dat de school zelf volgens het wetsontwerp geen enkele toetsende taak heeft, terwijl de school formeel gezien toch taaksteller is met betrekking tot de MS-taak van deze leerplichtige leerling. Een taaksteller moet volgens mij ook zelf toetsen hoe groot het risico is dat de leerling schade ondervindt van deze MS-taak, ook al is deze door de leerling zelf gekozen. Pas in tweede instantie komen de ouders in beeld: wij als school denken dat ze deze taak aankan, maar u hebt het laatste woord. Als u geen gebruik maakt van uw vetorecht, willen we dat u dat met uw handtekening bezegelt.
    2. Wat die binnenschoolse maatschappelijke stages betreft: in het Plan van Aanpak (2007) worden onder de kop Diverse Klussen Op School genoemd: verzorgen van recepties in de school; aanbieden van een ‘mobieltjescursus’ aan gegadigden; opknappen en onderhouden van deuren, ramen, hokken, e.d.; opknappen van het plein; assisteren bij ouderavonden; verzorgen van rondleidingen door de school voor gasten; organiseren van een fancy fair. Maar in mijn blogbericht Binnenschoolse Maatschappelijke Stages (11/4/2009) kon ik melden dat het ministerie inmiddels ook binnenschoolse ‘peer support’ omarmde. Zie ook bijgaande notitie (p.8/9).
    3. Het is toch niet zo erg dat de school als stagebiedende instelling optreedt: de leerling heeft toch alle vrijheid om een andere stage te kiezen? Dan ga je voorbij aan de bijzondere relatie die tussen school en leerling bestaat: (a) de leerling kan voor de schoolstage kiezen om een wit voetje bij de aanbieder te halen in de verwachting dat dat in de toekomst profijtelijk kan zijn en (b) de leerling gaat ervan uit dat stages die door de school zelf worden aangeboden van betere kwaliteit zijn dan externe stages (de school heeft immers de wettelijke taak te toetsen of MS-stages van voldoende kwaliteit zijn).
    4. Waarom moeten maatschappelijke stages op andere scholen eveneens verboden worden? In de eerste plaats geldt daaromtrent het argument van de Raad van State (de blikverruimende leeropbrengst is te gering). Maar in de tweede plaats geldt daar eveneens mijn argument van belangenverstrengeling: scholen kunnen kongsi’s sluiten teneinde door het aanbieden van maatschappelijke stages wederzijdse bedrijfseconomische belangen te dienen.

  2. Wes Holleman zegt:

    Inmiddels is ook het Advies van de Raad van State gepubliceerd, alsmede het persbericht van de kersverse OCW-minister. In de eerste volzin van dat persbericht staat trouwens een leugentje. De minister doet het voorkomen dat het wetsvoorstel door haar zou zijn ingediend, terwijl het in werkelijkheid door haar voorgangster, de staatssecretaris uit het kabinet Balkenende naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het kabinet Rutte is daaraan dus onschuldig.

  3. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » De proefpersoonuren in het WO zegt:

    […] vrijwilligerswerk, het speeltje van het CDA, neigen tot een vorm van sociale dienstplicht die tot ernstige uitwassen kan leiden. En binnen het hoger onderwijs bestaan nog schrijnender voorbeelden, ook al worden ze […]

  4. Wes Holleman zegt:

    Blijkens haar antwoord op kamervragen (17/3/2011) volhardt de minister in haar idee dat binnenschoolse stages(zoals het optreden als school- of pleinwacht) in principe niet slechter zijn dan buitenschoolse.

  5. Wes Holleman zegt:

    Nu het wetsontwerp door het Parlement aanvaard is, heeft de minister ook het uitvoeringsbesluit vastgesteld en gepubliceerd.