Meertaligheid op de basisschool (V)

Het Onderwijscentrum van de gemeente Gent, en de groen-linkse onderwijswethouder voorop, bepleiten een nieuwe didactiek voor anderstalige of tweetalige leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs: functioneel meertalig leren. De thuistaal is niet langer taboe op school: hun moedertaal moet gericht worden ingezet om Nederlandstalige teksten sneller te begrijpen en de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. Dat is een drastische koerswijziging ten opzichte van de traditionele schone-lei-didactiek: Waalse en allochtone leerlingen werden plompverloren ondergedompeld in de Nederlandstalige schoolomgeving en moesten maar zien hoe ze de Nederlandse taal machtig werden. Het meest schrijnend was dat ze zelfs op het schoolplein niet in hun thuistaal mochten communiceren.
Maar er bestaan ook ideologische weerstanden tegen deze nieuwe didactiek. De N-VA (de Nieuw-Vlaamse Alliantie van Bart de Wever) vaart een Vlaams-nationalistische en liberaal-conservatieve koers en wenst dus op het gebied van taal en cultuur geen concessies te doen aan Walen en allochtone immigranten (Het Laatste Nieuws 25/9/2019). Van daaruit valt het te begrijpen dat het Gentse boek Meertaligheid: een Troef (2015) voor sommigen niet zozeer een eye-opener is maar veeleer een open zenuw raakt.
Zie ook: de pagina’s Meertaligheid en Taal & Meertaligheid van het Gentse Onderwijscentrum

Eén reactie op “Meertaligheid op de basisschool (V)”

  1. Wes Holleman zegt:

    Onlangs werd op NPO-Radio 1 (2/9/2019) de podcast De Hoop van de Kaap uitgezonden. ’t Ging over een kleine zwarte basisschool in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost). Het gebouw is onlangs gerenoveerd, in de hoop dat zodoende ook meer autochtone kinderen worden aangetrokken en dat de allochtone leerlingen zich kunnen optrekken aan klasgenoten die het Nederlands al beter beheersen. De Gentse didactiek voegt daar een nieuw element aan toe: men kan daarbij tevens gebruik maken van het feit dat sommige allochtone leerlingen al meer vernederlandst zijn dan andere, zodat allochtone leerlingen in hun thuistaal kunnen overleggen en elkaar kunnen tolken. Dat werpt ook meer licht op de bevindingen van onderwijssocioloog Jaap Dronkers: je moet niet teveel verschillende nationaliteiten (of liever thuistalen) in eenzelfde klas stoppen (Onderwijsethiek 24/6/2010). In zo’n heterogene klas is de statistische kans kleiner dat allochtone leerling X erin slaagt klasgenoten met dezelfde thuistaal en/of klasgenoten met Nederlands als thuistaal te vinden. In een heterogene klas hebben allochtone leerlingen dus minder kans om van klasgenoten hulp te krijgen bij het doorgronden van Nederlandstalige teksten en bij het aanleren van de Nederlandse taal.