Meten met twee maten?

Meten met twee maten? Dat is de titel van het rapport dat onderwijsonderzoekers van het Groningse GION hebben uitgebracht in opdracht van het Ministerie van Justitie. De aanleiding is dat niet-Westerse allochtonen in het voortgezet onderwijs gemiddeld slechter presteren op het centraal schriftelijk (CSE) dan op het schoolexa­men (SE). Worden de allochtone leerlingen bij het SE niet objectief op hun prestaties beoordeeld maar op grond van hun ijver voorgetrokken? Of worden ze op het CSE gediscrimineerd door het feit dat ‘objectieve’ schriftelijke toetsen niet alleen beroep doen op hun beheersing van het desbetreffende vak, maar ook op perfecte beheersing van de Nederlandse taal en op gedegen kennis van de Nederlandse cultuur? De onder­zoekers stellen deze vragen, maar blijven het antwoord schuldig (ORD2008 Proceed­ings p.363-4). Ze vonden geen enkele aanwijzing die de voortrekkerij­hypothese kon ondersteunen.
Helaas hebben de onderzoekers niet kunnen voorkomen dat het persbureau Novum (16/6/2008; Volkskrant 17/6/2008) hen citeert met de kop ‘Docent beloont ijver allochtoon met hoger cijfer’. Of hebben ze er welbewust op aangestuurd om met deze misleidende boodschap in de publiciteit te komen? Dat lijkt er wel op, want ook in het juninummer van het populariserende vakblad Didaktief luidt hun kop en aanhef zonder enig voorbehoud: ‘Gekleurd profijt. (…) Het lijkt erop dat docenten de vaak ijverige allochtone leerling overwaarderen.’ Ik vind dat een lasterlijke aantijging, die wetenschappelijke onderzoekers onwaardig is.

Eén reactie op “Meten met twee maten?”

  1. Wes Holleman zegt:

    In de lezersrubriek van NRC-Handelsblad (14/6/2008) verdedigt docent Paul Ophey zich tegen de aantijging dat leerlingen klaarblijkelijk door de docent gematst zijn als ze voor het SE een hoger cijfer halen dan voor het CSE: ‘Omdat bij schoolexamens deels andere kwaliteiten gemeten worden dan bij centrale examens, worden hier appels met peren vergeleken.’ Als voorbeeld geeft hij het maken van werkstukken (die meetellen voor het SE). Door docenten Klassieke Talen wordt dat argument ook wel aangevoerd: het SE meet andere delen van het beoogde eindrepertoire dan het CSE.
    Wat de verhoudingsgewijs goede SE-prestaties van ijverige allochtone leerlingen betreft, is dan nog slechts één extra argumentatieschakel nodig: bewezen moet worden dat ijver, bij het SE meer dan bij het CSE, een doorslaggevende factor is voor het behalen van hogere cijfers. Voor werkstukken lijkt me dat vrij plausibel.