Politieke emoties op school (IV)

Hoe ga je als leraar met de Parijse terreuraanslagen om? Samen met Alderik Visser gaf Henk ter Haar enige adviezen op zijn weblog (15/11/2015): hoe ga je erover in gesprek met je leerlingen? De auteurs stellen dat er niet alleen ruimte moet worden geschapen voor emoties en meningen, maar dat de gesprekken ook recht moeten doen aan de beschikbare feiten. De auteurs gaan echter niet op de vraag in, wélke feiten van belang moeten worden geacht voor een klassegesprek. Mogen leraren zich beperken tot een kaal feitenrelaas van de gebeurtenissen op vrijdag 13 november: islamitische terroristen die dood en verderf zaaiden onder onschuldige Franse burgers (Prezi 16/11/2015)? Of moeten ze tevens memoreren dat het theater Bataclan (één van de plaatsen des onheils) jaarlijkse benefietgala’s ten bate van de Israëlische grenspolitie huis­vestte en dus symbool staat voor de Israëlische politiek tegen de (soennitische) Palestijnen?
En in hoeverre moeten de leerlingen bovendien worden voorgelicht over de sponsor en het politieke motief van de aanslagen, zoals vermeld in de pers­verklaring van de IS-beweging (14/11/2015) , namelijk dat de terreurdaden ten doel hebben de militaire inmenging van de Westerse ‘kruisvaarders’ in Irak en Syrië te vergelden en ontmoedigen? En moeten leraren dan niet uitleggen waarom juist de soennitische IS-beweging met terroristisch geweld ageert tegen deze Westerse inmenging? In de periode 2003-2011 werd Irak door de Westerse strijdkrachten bezet gehouden, nadat ze Saddam Hoessein verdreven en diens soennitische leger ontbonden hadden. Onder het nieuwe sjiitisch-Irakese bewind kwamen de soennitische arabieren (waar­onder de werkloze soennitische militairen!) in de kou te staan. De IS-strijders trachten nu met nietsontziend geweld een eigen soennitisch-arabische staat te vestigen, waarbij ze niet alleen het sjiitisch-Irakese regiem, het Syrische regiem en de Koerden tegenover zich vinden, maar ook de Westerse en Russische bommenwerpers.
Kortom: als leraren de recente Parijse aanslagen onbevooroordeeld in de klas willen bespreken, kunnen ze er niet omheen hun leerlingen feitelijk voor te lichten over de politieke motieven van de Parijse terroristen, over de daar­aan gerelateerde oorlogen die sinds 2003 in het Midden-Oosten gevoerd worden en over de rol die de Westerse strijdkrachten daarin spelen en speelden.

2 reacties op “Politieke emoties op school (IV)”

  1. Wes Holleman zegt:

    NRC Next (rubriek Next Checkt 23/11/2015) onderscheidt drie vormen van terrorisme: religieus gemotiveerd, politiek-ideologisch gemotiveerd en separatistisch gemotiveerd. De Parijse aanslagen d.d. 7/1/2015 passen nog aardig in het eerstgenoemde hokje, maar leraren zouden hun klas misleiden als ze ook de strekking van de recente aanslagen tot dit hokje zouden reduceren. Ze zijn veeleer politiek-ideologisch (gericht tegen Westerse militaire inmenging in het Midden-Oosten) en separatistisch (gericht op staatkundige afscheiding op etnisch-religieuze, in casu arabisch-soennitische grondslag).

  2. Wes Holleman zegt:

    Hoe gaan docenten in de klas met maatschappelijk gevoelige kwesties om? Margalith Kleijwegt schreef er een reportage over (1/2/2016).