Prestatiebeloning

De A&M University (College Station, Texas) legt haar productieve onderzoekers in de watten, terwijl op de onderwijstaken pleegt te worden neergekeken. Vroeger stond de naam A&M voor het Agricultural & Mechanical College, maar tegenwoordig is het een brede research-universiteit: één van de negen universiteiten van het state-wide, public A&M University System. Het lokale dagblad, The B/CS Eagle (11/1/2009), be­richt dat het System’s Bestuur meer impulsen voor goed onderwijs wil geven. Daarom wil men aan de beste 15% van de docenten binnen de A&M University jaarlijks een salaris-bonus voor hun onderwijsprestaties verlenen. Niet voor hun verdienste­lijk­heid als teamleider c.q. middlemanager, doch voor hun prestaties als docent.
Maar hoe voorkom je dat die prestatiebeloning, 2.500 à 10.000 dollar per persoon, de speelbal van vriendjespolitiek wordt? Men heeft een objectieve maat bedacht: de tevredenheid van studenten zoals gemeten via de gestandaardiseerde studenten-enquêtes die na afloop van elke cursus worden afgenomen. Dit merkwaardige plan heeft nogal wat stof doen opwaaien. Zie ook de lezersreacties in de Chronicle of Higher Education (11/1/2009).
Het plan komt echter niet zomaar uit de lucht vallen. In mei publiceerde de Texas Public Policy Foundation een boekje over ‘free market solutions’ voor het hoger­onderwijsbeleid. Ook wijdde deze conservatieve denktank daaraan een conferentie, gesponsord door Governor Rick Perry (partijgenoot en opvolger van George Bush). Hun boodschap luidt: aangezien het hoger onderwijs door de studenten en de belastingbetalers gefinancierd wordt, behoort men de student als serieuze marktpartij en als primaire klant te behandelen.

Eén reactie op “Prestatiebeloning”

  1. Wes Holleman zegt:

    Ik neem aan dat de lezer begrijpt waarom ik het voorgenomen prestatiebeloningssysteem ‘merkwaardig’ vind, maar voor alle zekerheid zal ik hier man (1 en 2) en paard (3 en 4) noemen.
    (1) Het systeem is bedoeld om effectief onderwijs te belonen, waarbij de gestelde onderwijsdoelen bereikt worden, maar docenten kunnen zichzelf bevoordelen door op neveneffecten te kapitaliseren, bijvoorbeeld op de amusementswaarde van hun onderwijs.
    (2) Het systeem beoogt goede leermeesters te belonen. Maar docenten zijn niet alleen dienstverlener of coach, maar ook niveaubewaker en examinator. Het risico is dat docenten zichzelf bevoordelen door de cursusdoelen en tentameneisen te manipuleren of door studenten hogere cijfers te geven dan ze verdienen.
    (3) Het systeem berust op de vooronderstelling dat docenten kleine zelfstandigen zijn, die ’t zelf in de hand hebben in hoeverre ze de student kwaliteit leveren. Die vooronderstelling klopt niet: ze moeten functioneren binnen allerlei randvoorwaarden die door de onderwijsbureaucratie gesteld zijn. Bovendien zijn ze niet vrij in de keuze van hun onderwijstaken. Het systeem benadeelt docenten die door de bureaucratie met taken of randvoorwaarden worden opgezadeld waarbinnen ze geen kwaliteit kunnen leveren.
    (4) Het systeem benadeelt docenten die bereid zijn hun onderwijs te vernieuwen of aan innovatieprojecten te participeren. Zij verspelen hun kansen op een bonus ten gevolge van de kinderziekten die aan een nieuwe onderwijsopzet inherent zijn.