Preventieve censuur door Britse universiteiten

De Universiteit Utrecht heeft nieuwe regels ingevoerd om commerciële en ideële reclame tegen te gaan. Het is voortaan verboden op de campus propaganda te maken voor politieke partijen of religieuze/levensbeschouwelijke instellingen (DUB 1/7/2019). Hiermee begeeft de universiteit zich op glad ijs. Tracht men docenten en studenten slechts te beschermen tegen de marketingcampagnes van allerlei groeperingen om leden te winnen, kiezers te trekken en fondsen te werven? Of bestaat er het risico dat de nieuwe regels ontaarden in censuur waarmee de opvattingen van (sommige) politieke, religieuze en levensbeschouwelijke groeperingen op de campus geweerd worden? Blijkens recente Britse ervaringen kan de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting in een vloek en een zucht ongedaan worden gemaakt.
In het Verenigd Koninkrijk kampen de universiteiten en hogescholen momenteel met gevolgen van de Prevent Strategy: de preventieve censuur die ze sinds 2015 in opdracht van de Britse regering hebben doorgevoerd (Index on Censorship, nov. 2018, p.12f). Om te voorkomen dat moslimstudenten radicaliseren, wordt van de instellingen verwacht dat ze extremistische gastsprekers van de campus weren. Het Londense Court of Appeal heeft jongstleden maart gevonnist dat deze ‘prevention duty’ te streng is geformuleerd, waardoor de instellingen zich gedwongen voelen ook onschuldige gastsprekers voor alle zekerheid de deur te wijzen (Guardian 8/3/2019) . Verder gaat een positieve beschikking vaak met beperkende voorwaarden gepaard (zie bijvoorbeeld Onderwijsethiek 21/4/2015), om nog maar te zwijgen van de zelfcensuur waartoe organisaties van moslimstudenten onder de dreiging van de universitaire toezichthouders zijn overgegaan (Guardian 21/6/2019, 1/7/2019).