Privacy van aspirant-studenten

De meeste universiteiten en colleges in de Verenigde Staten eisen van aspirant-studenten dat ze bij hun verzoek om toelating aangeven of ze een strafblad hebben. Soms wordt ook gevraagd of ze zich op de middelbare school misdragen hebben. Maar de federale overheid heeft nu een campagne op touw gezet om dit soort vragen te schrappen (Chronicle H.E. 10/6/2016). Het is onrechtvaardig om op grond van een strafblad iemands studie­geschiktheid in twijfel te trekken en hem de toegang te weigeren. Bovendien werkt het demotiverend om aanstaande studenten te dwingen dit soort persoonsgegevens prijs te geven: het is goed voor de re├»ntegratie als je je welkom voelt en met een schone lei mag beginnen.
Hoe zit dat eigenlijk in Nederland? Aspirant-studenten in het hoger onderwijs (en binnenkort ook in het mbo) moeten gewoonlijk een aanmeldingsformulier invullen in het kader van de studiekeuzecheck. Het is inderdaad denkbaar dat sommige beroeps­opleidingen in dat verband op de Verklaring omtrent het Gedrag zullen wijzen, als vereiste voor stagetrajecten. Maar bij de inrichting van de studiekeuzecheck spelen ook algemenere beleidsvragen rond de privacy van aspirant-studenten: a) Hoe wordt bewaakt dat we bij de studiekeuzecheck terughoudend zijn met de verzameling en opslag van privacygevoelige gegevens? b) Hoe voorkomen we dat de verschillende proce­dures gaan interfereren (studiekeuzecheck, toelating, vrijstellingen, de aanvraag van redelijke aanpassingen in geval van functiebeperking)? c) En kunnen we garanderen dat de verzamelde gegevens vernietigd of geanonimiseerd worden zodra de studiekeuzecheck is afgerond? Dat zijn fundamentele beleidspunten die men niet kan afdoen met een summiere melding zoals bedoeld in de Wet Bescherming Persoonsgegevens (c.f. Hogeschool Windesheim 2016).