Proefproces BSA nog steeds gewenst

De propedeuse heeft een voorbereidende, oriënterende, selecterende en allocerende functie. Wat de selecterende functie betreft, kijkt de faculteit aan het eind van het eerste studiejaar naar het aantal behaalde studiepunten. Aan ongeschikte studenten wordt geadviseerd de opleiding te verlaten en onder bepaalde voorwaarden kan de faculteit ook een bindend advies (BSA) uitbrengen, hetgeen betekent dat de studie in deze opleiding niet mag worden voortgezet. Vijf jaar geleden heeft de Erasmus Universiteit de regel ingevoerd dat studenten in hun eerste verblijfsjaar alle zestig studiepunten moeten behalen: alle eerstejaarsstudenten die studie­vertraging hebbben opgelopen, worden (behoudens persoonlijke omstandigheden) uit de opleiding verwijderd. Het Landelijk Studenten Rechtsbureau (LSR) heeft deze selectieregel aanhangig gemaakt in een proefproces bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs, dat op 26 april jongstleden vonnis heeft gewezen. Volgens de drie CBHO-rechters handelt de Erasmus Universiteit niet in strijd met de wet.
Deze rechters zijn gespecialiseerd in het bestuursrecht maar ze hebben geen specifieke deskundigheid op het gebied van het hogeronderwijsrecht. Wetgevingsjurist Peter Kwikkers daarentegen is nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de hogeronderwijswetten en hij is redacteur van de geannoteerde, jaarlijkse SDU-editie van de Wet op het Hoger Onderwijs. Hij stelt dat de rechters in hun vonnis geen rekening hebben gehouden met de bedoelingen van de wetgever en dat het CBHO dus ten onrechte meende te mogen volstaan met een grammaticale interpretatie van de wetsteksten (ScienceGuide 2/5/2018). Bovendien waarschuwt de ervaren rechtsjournalist mr. Michel Knapen (2014) dat bestuursrechters tegenwoordig een lijdelijke rol plegen te kiezen: ze wegen de rechtsgronden die door de procespartijen zijn aangedragen maar verzaken hun bevoegdheid (of hun plicht?) om zelf te onderzoeken in hoeverre de gewraakte bestuursbeslissing rechtmatig is. In dat geval moeten de initiatiefnemers van een proefproces, als ze geen gelijk krijgen, dus niet bij de pakken neerzitten: ze moeten de volgende keer gewoon betere rechtsgronden aandragen. De conclusie van het LSR (AD 30/4/2018) dat studentenorganisaties na het gewraakte vonnis alleen nog maar bij de wetgevende macht op verduidelijking van de wetstekst kunnen aandringen, is in dat licht prematuur.
Lees verder … (PDF)