Propaganda in de klas

Mag een docent tijdens een werkcollege reclame maken voor een politieke partij en flyers uitdelen? Ja dat mag, laat het Bureau van de Universiteit desgevraagd weten: ‘het is docenten niet verboden (…) om stelling te nemen, ook niet in colleges’ (Ukrant 9/5/2018). De steen des aanstoots is het partijdige optreden van sommige docenten (c.q. student-assistenten of –promovendi) in het kader van de verkiezingsstrijd voor de studentengeleding van de Gro­ningse universiteitsraad. Als men dat bij het Bureau van de Universiteit zomaar meent te mogen goedpraten, dan heeft men daar weinig kaas gegeten van de professionele beroepsethiek van docenten.
In de eerste plaats geldt als belangrijk ethisch principe dat docenten (of personeelsleden die onder hun verantwoordelijkheid opereren) hun professionele gezag en het vertrouwen van hun studenten niet mogen misbruiken om zieltjes te winnen of ideologische opvattingen op te dringen (E.I. #2.j). Pas bij schrijnende gewetensnood, zoals in de casus van Cleveringa anno 1940, mogen docenten hun professionele terughoudendheid laten varen (Holleman 2006 p. 56). Kennelijk baseert het Bureau van de Universiteit het vermeende recht op het bedrijven van propaganda op de academische vrijheid van docenten en onderzoekers. Wettelijk is vastgelegd dat zij wetenschappelijke of morele standpunten mogen aanhangen en dat ze deze ongestraft mogen verdedigen en publiceren. Het Bureau vergeet echter dat de academische vrijheid van docenten begrensd wordt door hun plicht om controversiële stof evenwichtig aan te bieden en voldoende recht te doen aan concurrerende opvattingen (op.cit. p. 29-30). Michael Lewis karakteriseert de kluwen van onevenwichtig onderwijs en regelrechte propaganda als één van de zeven hoofdzonden in het hoger onderwijs (op.cit. p. 109).
In de tweede plaats stelt de American Association of University Professors (1990) nog een andere grens aan de uitoefening van de academische vrijheid door docenten, namelijk de grens die gelegen is in het studiecontract tussen docent en student: ‘it is improper for an instructor persistently to intrude material that has no relation to the subject, or to fail to present the subject matter of the course as announced to the students and as approved by the faculty in their collective responsibility for the curriculum.’ Studenten mogen verlangen verschoond te blijven van wijdlopige escapades van de docent die, in het licht van het overeengekomen onderwerp van de cursus, buiten de orde zijn.

Eén reactie op “Propaganda in de klas”

  1. Wes Holleman zegt:

    Nu zou men kunnen tegenwerpen dat student-assistenten en student-promovendi die een werkcollege leiden, best even uit hun docentenrol kunnen stappen om tijdens het werkcollege campagne te voeren ten gunste van de studentenpartij die hun voorkeur heeft. Maar het risico van het spelen van zo’n dubbelrol is dat ze, zo doende, afbreuk doen aan hun geloofwaardigheid en effecti­viteit als onderwijsgevende. Juist een docent-in-de-dop doet er verstandig aan een zekere professionele afstand tegenover de werkcollege­deelnemers in acht te nemen.