Protocol voor de veilige school

Tekenles in groep 5 van een basisschool, ergens in de buurt van Boston (USA). Een negerjongen tekent een dode man die kennelijk na gruwelijke marteling om het leven is gekomen. En daarboven heeft hij zijn eigen naam geschreven. Een pedagogisch gevormde leerkracht zou dan met de leerling in gesprek gaan: wat heb je beleefd de laatste tijd, hoe ben je op dit onderwerp gekomen en wat betekent je eigen naam daar? Maar de moderne school is van ander hout gesneden. De leerling wordt naar huis gestuurd en mag niet terugkomen voordat een klinisch psycholoog heeft vast­gesteld dat hij geen gevaar voor zichzelf en voor zijn omgeving vormt.
Wat was het precies voor een tekening? We zitten in de maand december en de kin­deren moesten ‘iets over Kerstmis’ maken. De jongen was onlangs met zijn rooms-katholieke ouders naar de kerststal van Our Lady of La Salette geweest. Maar daar zag hij ook een marmeren kruisbeeld, levensgroot. Het kwam, denk ik, door die ont­zettende aanblik dat hij de gewraakte tekening heeft gemaakt: een dode man aan het kruis.
Een godsdienst die zijn gelovigen dagelijks met martelpraktijken confronteert: dat is inderdaad een bedreiging voor hun geestelijke gezondheid. Maar daar heb ik het niet over. We hebben het hier over een schoolprotocol dat meedogenloze bestrijding van veiligheidsrisico’s boven de ontwikkeling van het kind stelt.
Bron: Taunton Daily Gazette 14/12/2009.

2 reacties op “Protocol voor de veilige school”

  1. Wes Holleman zegt:

    Maar waarom heeft die jongen zijn eigen naam boven het kruis gezet? Dat blijft voor mij een raadsel. Was dat alleen als signatuur van de trotse maker bedoeld? Of heeft hij op zondagsschool geleerd dat iedere gelovige moet mede-lijden om in de hemel te komen? Of voelen rooms-katholieke Afro-Amerikanen zich speciaal verbonden met die man aan het kruis, sinds de protestants-blanke terreurbeweging Ku Klux Klan het (brandende) kruis als strijdbanier koos?

  2. Wes Holleman zegt:

    Let op gewelddadige tekening, schrijft Marieke van Twillert (NRC 24/12/2009). Ze citeert Frank Robertz, directeur van het Instituut für Gewaltprävention und angewandte Kriminologie in Berlijn. Volgens Robertz is het mogelijk potentiële daders van extreem schoolgeweld te identificeren. Het gaat om één jongen met een wapen. ‘Deze jongen voelt zich vaak onbegrepen en geïsoleerd. Hij leeft in een fantasiewereld. Het is een jongen die op de achterste rij zit, gewelddadige tekeningen maakt, of inktzwarte verhalen, doorspekt met geweld.’ En dat signalement staat dus in het Protocol voor de veilige school.