PvdA: tekort aan stageplaatsen (III)

De Tweedekamerfractie van de PvdA wil dat mbo-instellingen hun toegelaten studenten garanderen dat ze een stageplaats krijgen of dat ze anders vervangende praktijk­opdrachten kunnen doen (AD 28/10/2013). Dat lijkt me een redelijk verlangen, maar de PvdA-minister zal vermoedelijk antwoorden dat mbo-instellingen slechts een inspanningsverplichting hebben en dat lieverkoekjes niet gebakken worden. De vraag is dan of de PvdA-fractie ook bereid is echt z’n tanden te laten zien en vervolgens dóór te bijten. Het is nogal goedkoop zomaar iets te roepen om stemmen te winnen bij het kiezersvolk. Laat de fractie verduidelijken welke wettelijke regelingen en procedures volgens haar veranderd moeten worden. Wat moet er gebeuren om de duur van de verplichte stages aan te passen aan het beschikbare aantal stageplaatsen? Mag van opleidingen worden verlangd dat ze hun onderwijsprogramma’s flexibiliseren, zodat alle beschikbare stageplaatsen het hele jaar door bezet kunnen worden? Houdt de inspanningsverplichting óók in dat ze waar nodig een eigen leerbedrijf opzetten om moeilijk plaatsbare stagiairs onder dak te brengen? Krijgen mbo-studenten recht op schadevergoeding (of een sociale uitkering) als de mbo-instelling haar verplichtingen niet nakomt, of verliest de opleiding dan haar Crebo-erkenning? En hoe zit het met subsidies of belastingfaciliteiten voor stagebedrijven?
Zie ook: Tekort aan stageplaatsen I en II

2 reacties op “PvdA: tekort aan stageplaatsen (III)”

  1. Wes Holleman zegt:

    Op 28/10/2013 heeft de minister kamervragen beantwoord van PvdA-kamerlid Jadnanansing, naar aanleiding van een artikel in Spits (9/10/2013). Maar drie vragen zijn niet gesteld en dus ook niet beantwoord: hoeveel mbo-studenten lopen studievertraging op doordat ze geen stageplaats kunnen vinden, hoevelen voelden zich genoopt de opleiding onverrichterzake te verlaten doordat ze geen stageplaats konden vinden, en hoevelen onder hen zijn tegen hun zin uit de opleiding verwijderd omdat ze niet op tijd een stageplaats hebben kunnen vinden?

  2. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » MBO: tekort aan stageplaatsen (IV) zegt:

    […] Tanja Jadnanansing en Mohammed Mohandis zijn onderwijswoordvoerders van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Zij willen dat studenten die zijn toegelaten tot een beroeps­opleiding, een stagegarantie krijgen (PvdA 28/10/2013). Ze vinden het onaanvaardbaar dat iemand bij gebrek aan stageplaatsen uit de opleiding wordt verwijderd. Maar het ministerie sputtert tegen (10/4/2012, 28/10/2013): de onderwijs­instelling heeft wel een inspanningsverplichting om haar studenten aan een stage te helpen, maar als de gecertificeerde leerbedrijven te weinig stageplaatsen aanbieden, dan kan de onderwijsinstelling daar niets aan doen en zullen zittende studenten onverrichterzake moeten afvloeien. Verleden woensdag heeft Jadnanansing in Den Haag een rondetafelgesprek belegd om samen met mensen uit het mbo-veld naar oplossingen te zoeken. ROC-bestuurder Frank van Hout (Friesland College) was daar ook. Op zijn weblog (11/12/2013) omschrijft hij de oplossingsrichting die hem voor ogen staat. Hij is het met OCW eens dat de onderwijs­instellingen niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het tekort aan stage­plaatsen. Maar volgens hem hebben ze wel de morele verplichting om noodoplossingen te creëren. Bij een tekort aan buitenschoolse BPV-stages, dienen ze de beroepspraktijk in de vorm van Begeleide Onderwijstijd binnen de school te halen. Daarbij kan tevens worden gedacht aan leertrajecten in het vrijwilligerswerk of in samenwerking met ZZP’ers. Het lijkt me een goede denkrichting, maar waarom durft Van Hout niet man en paard te noemen? Het gaat om urgente problemen die concrete ingrepen vereisen. Ik sla maar een slag: a) Identificeer per regio de fricties tussen vraag en aanbod van stageplaatsen en controleer of deze kunnen worden opgelost door betere spreiding van de vraag over het hele gehele kalenderjaar; b) Identificeer per regio de opleidingen die met een on­oplosbaar tekort aan stageplaatsen te kampen hebben; c) Maak voor die opleidingen een zesjarenplan om de instroom van studenten aan te passen aan de te verwachten vraag naar gediplomeerden; d) Geef die opleidingen toestemming de BPV-stages bij wijze van noodmaatregel te bekorten, zodat de beschikbare stageplaatsen eerlijk verdeeld worden tussen de toegelaten studenten; e) Vul de aldus ontstane gaten in de opleiding met vervangende, praktijkgerichte onderwijsmodules om aan de eisen van het kwalificatie­dossier te voldoen; f) Leg wettelijk vast dat toegelaten studenten niet op grond van een tekort aan stageplaatsen uit de opleiding mogen worden verwijderd en dat het dus tot de zorgplicht van de onderwijsinstelling behoort de toegelaten studenten (behoudens kennelijke ongeschiktheid) naar het diploma te leiden. Zie ook: Tekort aan stageplaatsen I, II, III. […]