Recht op je eigen Geschiedenis

Leraren behoren de stof van hun vak evenwichtig te behandelen. Maar geldt dat ook voor het schoolvak Geschiedenis? Wat men Geschiedenis noemt is een poging om door te dringen in het collectieve geheugen van onze ouders en voorouders: wat hebben ze meegemaakt, welke sporen hebben ze ons nagelaten, en hoe zijn we geworden tot wie we nu zijn? Meer in het algemeen richt het schoolvak zich op Onze Vaderlandse Geschiedenis, oftewel de selectie van ontwikkelingen uit het verleden die van belang wordt geacht voor een beter begrip van het Nederlandse heden en de Nederlandse toekomst. Het schoolvak Geschiedenis geeft dus een terugblik vanuit Mij (in de huidige wereld) en vanuit Ons Nederlanders (in de huidige wereld). Geschiede­nisleraren behandelen de stof derhalve per definitie onevenwichtig: van hen wordt niet verwacht dat ze een overzicht geven van de geschiedenis van alle wereldburgers. Hun verhalen worden begrensd door hun definitie van Mij en van Ons Nederlanders.
Er kunnen fricties optreden als sommige leerlingen in de geschiedenisles niet akkoord gaan met die definitie: uw verhalen slaan niet op mij of mijn voorouders en ze ver­engen de situatie van Ons Nederlanders tot De Modale Nederlander of zelfs tot een heel speciale bevolkingsgroep. In de Verenigde Staten spreekt men van de WASP, wanneer ‘de’ Amerikaan ten onrechte vereenzelvigd wordt met de geprivilegieerde White, Anglo-Saxon Protestant. Om dat te corrigeren kunnen leerlingen bijvoorbeeld op vele highschools het keuzevak Afro-American History volgen.
Lees verder … (PDF)

3 reacties op “Recht op je eigen Geschiedenis”

  1. Wes Holleman zegt:

    Ik had het ook anders kunnen zeggen. Wat we Geschiedenis noemen is niet meer dan een verzameling verhalen over het verleden. De Holocaust is een afschuwelijke episode die tot vele verhalen behoort. In de Nederlandse historische canon wordt de Holocaust gewoonlijk ondergebracht in het verhaal over Nederland onder het juk van de Duitse bezetter, met Anne Frank als de centrale icoon. Sommige leerlingen hebben bezwaar tegen die beperkte ge­schiedschrijving. Zij zouden die episode tevens in de context van andere verhalen willen bestuderen, zoals de geschie­denis van het joodse volk, de historische positie van religieuze en etnische minderheden in Nederland, de geschiedenis van het Palestijns-Israëlisch conflict, etcetera.

  2. Wes Holleman zegt:

    ‘Moslimleerling sluit zich af voor de Holocaust’ kopt De Volkskrant (8/5/2010) bij een lezersbijdrage van Karien Vermeulen en Kai Pattipilohy, die verbonden zijn aan Diversion, Bureau voor Maatschappelijke Innovatie. Een van de projecten van het bureau is Gelijk=Gelijk, waarin Amsterdamse basisscholieren zich vanuit hun eigen leefwereld bezinnen op de discriminatie van homoseksuelen, joden en moslims. De auteurs menen dat niet alleen de Holocaust op school behandeld moet worden (de joden als slachtoffer van extreem antisemitisme) maar ook het Israëlisch-Palestijns conflict (de Palestijnen als slachtoffer van het joodse zionisme). Door de beide thema’s tezamen te behandelen, sluit men beter bij de leefwereld van moslimleerlingen aan. Ik ben het met de auteurs eens. Maar ik vind het van ongepaste bescheidenheid (en onethische marketeering?) getuigen dat ze in hun artikel geen gewag maken van wat nóg centraler staat in de dagelijkse leefwereld van moslimleerlingen: het feit dat niet alleen joden maar ook moslims (en niet-Westerse allochtonen in het algemeen) heden ten dage gediscrimineerd worden door hun Nederlandse en Europese landgenoten. Moslimleerlingen mogen in redelijkheid verlangen dat de Holocaust mede in deze context behandeld wordt op school.

  3. onderwijsethiek.nl zegt:

    Gevoelige materie in de Vlaamse vorming…

    De Vlaamse scholen van voortgezet onderwijs gaan met ingang van het nieuwe schooljaar aan het werk met de nieuwe vormingsdoelen die door het Parlement zijn vastgesteld. In de brochure VOET@2010 zijn deze ‘vakoverschrijdende eindtermen’ uitg…