Reclame op school (III)

Vlaamse scholen zijn verplicht hun onderwijsactiviteiten en leermiddelen vrij van reclame te houden, d.w.z. vrij van mededelingen die ten doel hebben de verkoop te bevorderen. Hun objectiviteit, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid mag door reclame en sponsoring niet in het gedrang komen. Hoe zit dat in Nederland? Niemand die het weet. Het Convenant Sponsoring verbood gebruik te maken van lesmaterialen en leermiddelen die (impliciete) reclame, dan wel onvolledige of subjectieve informatie behelzen. Maar sinds 2013 is dat convenant niet meer van kracht. Niet zolang geleden peilde de PO-raad (2012a, 2012b) hoe zijn stakeholders aankeken tegen de stelling dat sponsoring een welkome betrokkenheid tussen onderwijs en marktpartijen creëert. Een ruime meerderheid stond er positief tegenover.
Maar er is nog wel een verschil tussen de naamsvermelding van sponsors en regelrechte blootstelling van leerplichtige leerlingen aan reclameboodschappen. Edublogger Joël de Bruijn stelt de retorische vraag of een schoolbestuur (met instemming van de mede­zeggenschapsraad) de muren van elk klaslokaal met reclameboodschappen mag beplakken om voor de school extra inkomsten te genereren. Nee natuurlijk. Maar dan komt hij met een indringende vervolgvraag. Mag een school haar leerlingen aan een elektronische leeromgeving (ELO) blootstellen waarin stelselmatig commerciële reclamebood­schappen zijn ingevlochten? Facebook is een gratis platform dat als ELO bruikbaar is, maar dan neemt men op de koop toe dat leerlingen met targeted ads bestookt worden.
Bron: Blogisch (15/1/2014); NY Times (5/2/2012); Reclame op school: I en II

2 reacties op “Reclame op school (III)”

  1. Wes Holleman zegt:

    April 2014 is Foodwatch de campagne Scholen reclamevrij gestart. De Volkskrant (25/6/2014) berichtte erover. En naar aanleiding daarvan beantwoordde staatssecretaris Van Rijn Kamervragen (29/9/2014).

  2. Wes Holleman zegt:

    Het nieuwe convenant Scholen en Sponsoring is gepubliceerd (20/4/2015).
    UPDATE: De staatssecretaris heeft op 22/6/2015 Kamervragen beantwoord over het convenant.