Rentetarief tien jaar vast

Het kabinet Rutte III kondigde in zijn Regeringsverklaring (10/10/2017) een wetswijziging over de studieleningen aan zodat “wordt (…) aangesloten bij de 10-jaarsrente.” Hoe moesten we dat interpreteren? Een naïeve burger begreep daaruit dat de schuldenaar een iets hogere rente betaalt, maar dat die rente dan ook gedurende tien kalenderjaren ongewijzigd blijft. Dat noem je ‘tien jaar vast’, net zoals bij een hypotheek: je kunt kiezen voor een lage variabele rente, maar dan loop je het risico volgend jaar een hogere rente te moeten betalen, of je kiest voor ‘vijf of vijftien of dertig jaar vast’ en dan betaal je een hogere rente. Met die rente-opslag dekt de financier het risico dat hij er komende jaren rentepenningen bij inschiet in verhouding tot de ontwikkeling van de markt­rente.
Stom, stom, stom! In het recente wetsvoorstel (4/9/2018) staat iets heel anders, namelijk dat de huidige duur van de lening voor nieuwe instroomcohorten in het hoger onderwijs telkens ‘vijf jaar vast’ is, en dat daar niet aan getornd wordt, maar dat bij de bepaling van de hoogte van het rentetarief niet langer wordt aangesloten bij de actuele 5-jaarsrente maar bij de actuele 10-jaarsrente op Nederlandse staatsobligaties. Verder staat in de vigerende Wet Studie­finan­ciering 2000 (artikel 6.4 en 6.5) dat de rente wordt berekend op basis van samengesteld interest, dus rente op rente, en dat de clausule ‘vijf jaar vast’ pas geldt vanaf tijdstip T (het begin van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de student is opgehouden studie­financiering te genieten). Vóór tijdstip T heeft de lening een variabel rentetarief, dat telkens per 1 januari gewijzigd kan worden. En dat zal, volgens het wets­voorstel, weer aansluiten bij de actuele 10-jaarsrente.
Redacteur KleinJan van het dagblad Trouw (7/9/2018) heeft dus duidelijk zijn huiswerk niet gedaan als hij de lezer voorspiegelt dat de rente van studieleningen voortaan ‘tien jaar vast’ is. En hij slikt de ministeriële stelling voor zoete koek dat de huidige gunstige rentetarieven niet meer passen bij een studielening met een looptijd van 35 jaar. Redacteur Frans van Heest van de webkrant ScienceGuide (5/9/2018) zette evenmin het licht op rood toen hij melding maakte van de ministeriële stelling dat de huidige lage rente niet hoort bij de gemiddelde looptijd van de studielening. Maar ook andere media hebben boter op hun hoofd: door niemand wordt geopperd dat de 10-jaarsrente op Nederlandse staatsleningen tussen 2018 en 2050 wel eens zou kunnen stijgen van 0 % naar 5% of misschien zelfs naar 8%. Die stijging wordt elke jaar doorberekend aan studenten die studiefinanciering genieten, en elke vijf jaar aan de resterende studenten en aan de afgestudeerden en studiestakers. Welke gevolgen heeft dat voor de ontwikkeling van hun studieschuldenlast tot hun 60e of 65e levensjaar, voor studenten die 21.000 euro dan wel een veelvoud daarvan geleend hebben?

5 reacties op “Rentetarief tien jaar vast”

  1. Wes Holleman zegt:

    De vergelijking met een hypothecaire lening gaat uiteraard gedeeltelijk mank. Er is geen onderpand, aflossing is boetevrij, de restschuld wordt kwijtgescholden, er is geen verplichte overlijdensrisicoverzekering, en van oversluiten kan geen sprake zijn, want er zijn geen marktpartijen die met een lager rentetarief genoegen nemen. Maar in terminologisch opzicht er is ook een punt van overeenkomst: de term rentesubsidie mag niet worden gebezigd wanneer de financier ongewild een rentesom toucheert die lager is dan bij toepassing van de actuele marktrente (bv. het rentetarief is ‘vijf jaar vast’ maar onderwijl stijgt de marktrente tot boven het overeengekomen tarief), en evenmin slaat de term op de omgekeerde situatie waarmee DUO-klanten de afgelopen crisisjaren geconfronteerd werden. Hun rentetarief was ‘vijf jaar vast’ maar onderwijl daalde de 5-jaarsrente van staatsobligaties naar nul, dus tot onder het overeengekomen tarief. Het ministerie haalde het toen niet in zijn hoofd te spreken van een rentesubsidie die de DUO-klanten in rekening werd gebracht om de staatskas te spekken en het is dan ook brutale misleiding dat het ministerie in de toelichting bij het wetsvoorstel van rentesubsidie spreekt als de Staat bij stijgende 5-jaarsrente van staatsobligaties een rente toucheert die ten gevolge van de ‘vijf jaar vast’-clausule in sommige jaren onder de actuele 5-jaarsrente komt te liggen.

  2. Wes Holleman zegt:

    Ook het Hoger Onderwijs Persbureau (HOP) heeft zich door de ministeriele tekstschrijvers om de tuin laten leiden (Ad Valvas 5/9/2018). Het hogere rentetarief van langlopende leningen is niet gebaseerd op de lange looptijd maar op de clausule dat het tarief niet tussentijds herzien mag worden door de financier. Of ben IK nou zo dom als verstokte alfa?
    Post Scriptum: Misschien kan de hoogleraar Bas Jacobs (EUR) nog eens op zijn weblog rapporteren of de redenering in de Memorie van Toelichting ergens op slaat: krijgen de huidige studenten en afgestudeerden rentesubsidie op hun studielening, ja of nee? In 2003 schreef hij samen met Eric Canton een lijvige notitie over het sociaal leenstelsel, en sindsdien schrijft hij regelmatig over dat onderwerp, onder meer naar aanleiding van de aanvankelijke plannen van minister Bussemaker (Me Iudice 13/2/2013).

  3. Wes Holleman zegt:

    Ook Hanneke Keultjes (AD 8/9/2018) beweert dat studenten voor hun studielening, als het wetsvoorstel kracht van wet krijgt, gedurende tien jaar hetzelfde rentetarief moeten betalen.

  4. Wes Holleman zegt:

    ScienceGuide (26/9/2018) geeft een overzicht van de uitkomsten van de internetconsultatie betreffende het wetsvoorstel.

  5. Wes Holleman zegt:

    Het wetsvoorstel is momenteel in behandeling bij de Tweede Kamer. Op 15 oktober stuurde de minister een nota in antwoord op het commissieverslag.
    UPDATE: De plenaire behandeling staat (voorlopig) voor 19 november op de rol.