Seksueel tuchtrecht

Waarom wordt er tegenwoordig zoveel geschreven over seksuele intimidatie en seksueel geweld op Amerikaanse universiteiten en colleges? Zijn de studenten daar zo hitsig? Of komt het doordat ze daar vaak op een kluitje wonen, op de campus? Robin Wilson heeft me uit de droom geholpen (Chronicle H.E. 6/6/2014). Ruim veertig jaar geleden, in 1972, werd Title IX van kracht: de onderwijswet die discriminatie op grond van geslacht verbiedt. Dat omvat ook een soort zorgplicht van onderwijs­instellingen jegens studenten, vergelijkbaar met de arbo-verplichtingen die werkgevers jegens hun personeel hebben. Seksuele intimidatie en seksueel geweld moet krachtdadig bestreden worden. Onder de regering van president Obama wordt dat streng uitgelegd, zodat het mede de verplichting omvat grensoverschrijdend gedrag van personeel en studenten tuchtrechtelijk (c.q. arbeidsrechtelijk) aan te pakken. Men kan er dus niet mee volstaan klagers/klaagsters naar de politie te verwijzen. Van onderwijsinstellingen wordt verwacht dat ze bij elke klacht een eigen onderzoek starten en grensoverschrijdend gedrag straffen, in het uiterste geval dus met schorsing of verwijdering uit de opleiding (c.q. met ontbinding van het dienstverband). Deze interne afdoening sluit aan bij het principe ‘in loco parentis’ dat tot vér in de twintigste eeuw in het puriteinse Amerika opgeld deed: de ouderlijke zorg- en toezichtstaken worden onverkort aan de onderwijsinstelling overgedragen zodra zij hun kind onder haar hoede neemt.
Er is dus een dubbele rechtsgang ingevoerd. Enerzijds kunnen klagers/klaagsters bij politie en justitie terecht. Maar daar hebben zij weinig kans van slagen omdat het meestal niet lukt seksuele intimidatie en geweld wettig en overtuigend (en volgens de regels van due process) te bewijzen. Bovendien is het voor slachtoffers heel confronterend die strafrechtelijke procesgang (van lichamelijk onderzoek op het politiebureau tot kruis­verhoor in de rechtszaal) te doorlopen. Maar anderzijds is er nu de interne, tucht­rechtelijke rechtsgang die met veel minder juridische waarborgen omkleed is. Door de vrouwenbeweging wordt bepleit dat men daarbij met minder harde bewijzen genoegen neemt. Maar onderwijsinstellingen zijn niet geëquipeerd voor dat juridische gedoe. En het regent dus klachten dat ze hun zorgplicht niet serieus nemen en grensoverschrijdend gedrag onbestraft laten.

3 reacties op “Seksueel tuchtrecht”

  1. Wes Holleman zegt:

    Het lijkt me niet zo’n goed idee om samen met je partner te experimenteren met wurgseks, maar de casus maakt het tuchtrechtelijke spanningsveld wel heel duidelijk (Chronicle H.E. 12/6/2014).

  2. Wes Holleman zegt:

    Eric Kelderman (Chronicle H.E. 25/6/2014) legt het nog eens precies uit vanuit het perspectief van de juristen die ermee aan de slag moeten.
    UPDATE I: Vanuit de Rechtenfaculteit van Harvard hebben 28 docenten (waaronder 25% vrouwen) in een open brief geprotesteerd tegen de onrechtstatelijke wijze waarop het universiteitsbestuur Title IX klachten behandelt (Harvard Crimson 15/10/2014).
    UPDATE II: Het Ministerie van Onderwijs bericht (30/12/2014) dat Harvard University zich zonder voorbehoud gecommitteerd heeft aan het civielrechtelijke criterium Preponderance of the evidence en dat haar Rechtenfaculteit dus niet langer vasthoudt aan het strafrechtelijke criterium Beyond reasonable doubt bij het behandelen van Title IX klachten (vergelijk het Wikipedia-artikel over de wettelijke bewijslast).

  3. Wes Holleman zegt:

    Wat kunnen onderwijsinstellingen en overheden doen om ‘date rape’ tegen te gaan, vraagt columnist Ross Douthat (NY Times 28/6/2014) zich af. Hij bedoelt grensoverschrijdend seksueel gedrag tussen door alcohol of drugs benevelde studenten, waarbij achteraf in twijfel wordt getrokken of de seks met uitdrukkelijke wederzijdse instemming heeft plaatsgevonden. In de eerste plaats noemt hij de onbedoelde effecten van drooglegging (in de USA mag men tegenwoordig onder de 21 jaar niets gebruiken). Waar alcohol en drugs underground gaan, stijgt het risico op excessief gebruik. In de tweede plaats wijst Douthat op het feit dat Amerikaanse hogeronderwijsinstellingen zich tezeer committeren aan een hedonistische studentencultuur (geïnspireerd op de waarden van de upper-middelclass) waarin vrijetijdsactiviteiten (besprenkeld met alcohol) verheerlijkt worden ten koste van studie en beroepsvoorbereiding. Hij heeft daarbij de Amerikaanse campusuniversiteit voor ogen waar een groot deel van het studentenleven zich op de campus afspeelt. [In de Nederlandse verhoudingen zou hij tevens gewezen hebben op de rol van de lokale overheid, die de belangen van de plaatselijke horeca en detailhandel boven de gezondheid en het welzijn van jongeren stelt.] En in de derde plaats pleit hij voor beleidsvorming m.b.t. de studentenhuisvesting om nachtelijke ‘date rape’ tegen te gaan.
    Realisering van deze drie ideeën vereist zoveel als een culturele revolutie, zo wordt door Douthat erkend. Dan wil ik er graag nog een vierde, ouderwets idee aan toevoegen: richt de studieprogramma’s en het studentenleven zodanig in dat het tijdsbestek tussen 23 en 7 uur in principe gebruikt wordt om te slapen en dat studenten zich niet kunstmatig met alcohol en drugs op de been hoeven te houden.