Stufi in internationaal perspectief

De minister heeft een nieuwe kamerbrief (5/4/2013) over de studiefinanciering in het hoger onderwijs uitgebracht, teneinde de Nederlandse plannen met de stufi-arrangementen in acht andere landen te vergelijken. Haar verhaal rammelt nogal. Laat ik beginnen met twee aperte onjuistheden. Zij merkt op “dat er geen voorbeelden bekend zijn van landen met een vergelijkbare basisbeurs als in Nederland” (p.3). En hoe zit het dan met Duitsland? Daar krijgen ouders van studerende kinderen maan­delijks 184 à 215 euro kinderbijslag per kind, desgewenst te vervangen door €7008 kinderaftrek op de aangifte Inkomsten­belasting). Qua hoogte komt dat dus aardig overeen met de Nederlandse basisbeurs.
Om de afschaffing van de basisbeurs en de uitbreiding van het leenstelsel te rechtvaar­digen, beweert de minister vervolgens “dat een [Nederlandse] hogeropgeleide gemiddeld 1,5 tot 2 keer zoveel verdient als een afgestudeerde mbo’er” (p.6). Deze cijfers zijn uiterst misleidend, want het zijn rekenkundige gemiddelden over de gehele gediplomeerde beroepsloopbaan van de geboortecohorten 1944-1988, ongeacht de verschillen tussen wo en hbo en tussen mannen en vrouwen. Op basis van de beschikbare CBS-gegevens (2011 p.40) had zij iets anders moeten zeggen. In absolute zin bedroeg het mediane jaarinkomen van 40- tot 44-jarige mannelijke gediplomeerden van het mbo (bol 1/2/3/4), hbo (bachelor) en wo (drs/master) anno 2008 respectievelijk k€ 32,2 / 43,4 / 52,2. Het mannelijke verhoudingsgetal mbo/hbo/wo was dus slechts 1 : 1,35 : 1,6. In absolute zin liggen de corresponderende cijfers voor vrouwelijke gediplomeerden veel lager. Deze bedroegen anno 2008 respectievelijk k€ 16,4 / 24,4 / 32,1 per jaar (dat is inderdaad ongeveer 1 : 1,5 : 2). Verder had de minister erbij moeten aantekenen dat de historische verhou­dingsgetallen voor mannen en vrouwen vermoedelijk in de toekomst zullen afvlakken: het minimum-uurloon blijft op peil maar het mediane inkomen van hoger opgeleiden zal zakken omdat er steeds meer hogeropgeleiden op de markt komen (Thijs Bol 2013).
Lees verder … (PDF)

Eén reactie op “Stufi in internationaal perspectief”

  1. Wes Holleman zegt:

    High debt no degree, kopt Science Guide (9/4/2013). Oftewel: een studie-investering in het hoger onderwijs loont lang niet altijd. Zo’n dertig procent van de Nederlandse studenten die het hoger onderwijs instromen, haalt geen diploma. De kost gaat voor de baat. Maar de minister moffelt een onprettig gegeven weg, namelijk dat investeerders een aanmerkelijk risico lopen dat de verhoopte baten uitblijven.