Topberaad Arbeid en Zorg

De bewindslieden van SZW, OCW en VWS gaan dit najaar een topberaad over Arbeid en Zorg organiseren (Kamerbrief 2/7/2013): hoe kan de arbeidsmarktparticipatie van ouders en mantelzorgers bevorderd worden? Het doel is te inventariseren welke voorwaarden moeten worden geschapen opdat méér werknemers hun zorgtaken met een baan van 28 à 32 uur per week kunnen combineren.
Laten we ons hier concentreren op de ouders van schoolgaande kinderen tussen vier en veertien jaar. En laten we ons meer in het bijzonder richten op de wijze waarop ouders en scholen invulling kunnen geven aan hun zorgplicht. De overheid heeft daarbij een faciliterende rol. Daarnaast is er ook een belangrijke faciliterende rol voor de werkgevers weggelegd, maar deze laten we in dit onderwijsblog buiten beschouwing. Welke vragen zouden de deelnemers van het topberaad dan moeten beantwoorden? Of nog concreter: als de deelnemers van het topberaad een vragenbus zouden openen waarin werkende vaders en moeders hun problemen aan overheden en scholen kunnen voorleggen, welke vragen zouden dan naar voren worden gebracht?
Lees verder … (PDF)

4 reacties op “Topberaad Arbeid en Zorg”

  1. Wes Holleman zegt:

    Als ouders veel van huis zijn ten gevolge van hun werkverplichtigen, hebben ze minder tijd om hun kinderen in huiselijke kring op te vangen. In hoeverre kunnen scholen dat compenseren door hun zorg voor de leerlingen te intensiveren? In de toelichting bij de vierde vraag van mijn tabel werd dat onder meer geconcretiseerd als: zorg dat kinderen van minder-draagkrachtige ouders volwaardig kunnen participeren in alle schoolactiviteiten. In kamervragen vanuit de PvdA en SP werd in aansluiting daarop gesteld: moet de vrijwillige ouderbijdrage (waaruit allerlei ‘extra’ schoolactiviteiten betaald worden) niet gemaximeerd worden, zodat kinderen uit arme gezinnen toch volwaardig kunnen participeren in alle schoolactiviteiten? Nee, zegt de staatssecretaris (12/7/2013), het ligt niet op mijn weg de vrijwillige ouderbijdrage te maximeren, want de vertegenwoordigers van de ouders in de Medezeggenschapsraad hebben de hoogte van die bijdrage zelf in de hand en bovendien zijn ouders niet verplicht die bijdrage te betalen.
    Ik kan begrijpen dat de staatssecretaris geen maximum schoolfactuur wil instellen, maar zijn argumentatie is beneden peil. Hij had beter kunnen zeggen: ik vind het vreselijk als kinderen uit arme gezinnen niet tot alle extracurriculaire worden toegelaten vanwege het feit dat hun ouders niet in staat zijn de vrijwillige ouderbijdrage te betalen. Mij is bekend dat sommige scholen daar een mouw aan proberen te passen door hen uit het Schoolfonds te subsidiëren.

  2. Wes Holleman zegt:

    School lunches (and school breakfests) zijn een hot topic in de Engelse onderwijspolitiek (Guardian 12/7/2013a, 12/7/2013b).

  3. Wes Holleman zegt:

    Minister Asscher (Sociale Zaken 12/12/2013) doet verslag van de najaarsbijeenkomst.

  4. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Jonge mantelzorgers (II) zegt:

    […] Moeder Irma is aan een rolstoel gekluisterd. Ze lijdt aan Multiple Sclerose (MS). Het gezin woont in een dorp op zo’n zeven kilometer afstand van Doetinchem. Vader werkt in Duitsland en maakt lange dagen. Het gezin telt twee dochters. De oudste studeert en woont in Utrecht. De jongste is zeventien en zit nog op school. Vader en dochter doen hun best om moeder Irma te ondersteunen en het huishouden draaiende te houden. Daarnaast krijgt het gezin hulp van anderen: tante kookt het diner, een nichtje helpt met de was, een vriendin assisteert elke week met fysiotherapie, en via de AWBZ komt er drie uur per week een werkster. Maar dat laatste gaat per 1 januari veranderen door de decentralisatie en bezuiniging op de zorg. Onlangs lag er een brief van de gemeente Montferland op de mat: de huishoudelijke hulp wordt geschrapt. Irma is geschokt, te meer daar de Gemeente niet gecheckt heeft hoe het met de belastbaarheid van vader en dochter gesteld is. Wat moeten we aan met zo’n verhaal? Als buitenstaanders kunnen we niet beoordelen hoe hoog de nood is in dit concrete geval. Zijn vader en dochter, gezien hun eigen tijdsbudget, in staat het wegvallen van de werkster op te vangen? Heeft vader de financiële middelen om zelf een werkster te bekostigen? Of moet dochterlief een baantje nemen om het gezinsinkomen aan te vullen? Die vragen blijven hier onbeantwoord, maar onderwijsinstellingen kunnen wel een algemene conclusie trekken. Ze trachten rekening te houden met het feit dat sommige scholieren en studenten te kampen hebben met persoonlijke omstandigheden waardoor ze niet fulltime aan hun school- of studieverplichtingen kunnen voldoen. Ze zijn er bijvoorbeeld op bedacht dat sommigen door eigen functiebeperking of chronische ziekte gehandicapt worden in hun school- en studieloopbaan. Daar­naast zijn er scholieren en studenten die de zorg hebben voor eigen kinderen en die dus gehandicapt worden door hun ouderlijke zorgplicht. Maar door het nieuwe overheidsbeleid inzake ‘De Parti­cipatiesamenleving’ vraagt nu ook een derde probleem de volle aandacht. Onderwijs­instellingen moeten er, meer dan voorheen, op bedacht zijn dat sommige scholieren en studenten in hun school- en studieloopbaan gehandicapt worden door hun zorgplicht jegens gezins- of familieleden. Bron: De Stentor 7/11/2014; Montferlandnieuws 3/11/2014; Jonge mantelzorgers (I) (17/11/2013); Topberaad Arbeid en Zorg (11/7/2013). […]