Verhoging van de arbeidsparticipatie (II)

Op de BON-site (18/11/2011) wordt de duur van de eerstegraads lerarenopleiding ter discussie gesteld. Is een heel jaar echt nodig of is drie maanden genoeg? We willen méér bevoegde leraren en we willen dat méér mensen volwaardig participeren op de arbeidsmarkt. Waarom worden die ellenlange, onderbetaalde stages niet bekort, zodat mensen sneller in een echte baan kunnen starten? Waarom moeten aanstaande eerstegraadsleraren na hun vakinhoudelijke masteroplei­ding nog een heel jaar aan het lijntje worden gehouden? Laat ze zo snel mogelijk (bijvoorbeeld na drie maanden) in een normale betaalde baan beginnen, gecoacht door een ervaren collega.
Of is het ónverantwoord om jonge leraren met zo weinig algemeen-didactische en vakdidactische bagage voor de klas te zetten? Worden leerlingen (en de jonge leraren zelf) daar niet de dupe van? Ik weet het niet. Maar wie deze twee vragen uit volle borst met JA beantwoordt, heeft heel wat uit te leggen. Vorig jaar was het oor­verdovend stil. Stond u protes­terend op de barricaden toen het Parlement vorig jaar besloot dat gediplomeerden van een universitaire bacheloroplei­ding direct als bevoegde (tweedegraads) leraar voor de klas mogen? Van hen wordt slechts geëist dat ze, binnen deze driejarige opleiding, een Educatieve Minor van één semester hebben doorlopen (deels in de vorm van een praktijkstage). Waarom zou een eerstegraadsleraar in didactisch opzicht méér in z’n mars moeten hebben dan deze tweedegraads-nieuwe-stijl?
Meer daarover in de bijlage (PDF)

Eén reactie op “Verhoging van de arbeidsparticipatie (II)”

  1. Wes Holleman zegt:

    CNV-Onderwijs (28/11/2011, 30/11/2011) wordt ook wakker: tweedegraadsleraren die een initiële masteropleiding in deeltijd volgen, dreigen door de langstudeerdersboete te worden getroffen.