Verwarrende beleidslijnen (II): geldelijke compensatie voor vertraagde student

Ter compensatie van de financiële gevolgen van de coronacrisis (weggevallen bijverdiensten alsmede opgelopen ‘studievertraging in het laatste studiejaar die niet altijd te voorkomen of in te halen is’), krijgen ‘alle studenten die van september 2020 tot uiterlijk eind januari 2021 een mbo-, hbo- of een masterdiploma in het wo behalen, in het eerste kwartaal van 2021 eenmalig een bedrag (…) ter hoogte van maximaal drie maanden les-/cursus-/collegegeld’ (Kamerbrief 15/5/2020). ISO, de behartiger van studenten­belangen, is blij met dit behaalde onderhande­lings­resultaat (nieuwsbericht 15/5/2020). Maar Frank Futselaar (SP) stelt een kritische Kamervraag (18/5/2020): op welke grond meent de minister te mogen aannemen dat de overige studenten ‘die niet in het jaar van afstuderen zitten en [wel ten gevolge van de coronacrisis] studievertraging oplopen, dit nog kunnen inhalen?’ Futselaar slaat de spijker op zijn kop:
1. De universitaire bacheloropleiding is een opzichzelfstaande opleiding. Waarom zijn de abituriënten van deze bacheloroplei­dingen uitgesloten van de aangekondigde compensatie­regeling? Het is uiterst onwaarschijnlijk dat zij hun coronavertraging tijdens hun Nederlandse masteropleiding kunnen inlopen (ook al zouden ze dispensatie van de ‘harde knip’ krijgen). En het is überhaupt nog maar de vraag of zij na hun bachelordiploma een (Nederlandse) master­opleiding gaan volgen.
2. Zestig maal 28 uur. Wettelijk is vastgelegd a) dat studenten in het hoger onderwijs zestig studiepunten per cursusjaar moeten behalen, en b) dat de mediane student 28 uur nodig heeft om één studiepunt te behalen. De wettelijke studielast van de mediane student is 1680 uur per cursusjaar (42 weken à 40 uur). Het is dus een wezenskenmerk van het Nederlandse hoger­onderwijssysteem dat het onderwijs is afgestemd op de betere student en dat de helft van de studenten studievertraging oploopt: ze moeten jaarlijks 1680 à 2000 uur studeren om het programma bij te benen en dat gaat hun belastbaarheid te boven. Ergo: alleen al gezien de zwaarte van de hogeronderwijsprogramma’s is het irreëel te veronderstellen dat studenten hun corona-vertraging wel weer kunnen inlopen.
3. Doorgeschoten rendementsdenken. In de afgelopen decennia hebben de universiteiten en hogescholen, mede onder druk van het ministerie, alles in het werk gesteld om de door­stroom­snelheid in de bachelor- en masteropleiding te vergroten. Daartoe werden allerlei maatregelen verzonnen om uitstelgedrag te ontmoedigen: wie niet horen wil, moet voelen. Of anders gezegd: wie de euvele moed heeft achterop te raken, krijgt van ons zo’n ongenadige schop dat hij nog verder achterop raakt. Dat wetende legt Frank Futselaar het vuur aan de ministeriële schenen: mogen we uit uw redenering opmaken dat u met de universiteiten en hogescholen heeft afgesproken dat ze hun draconische beleid beëindigen en dat ze hun studenten van nu af aan toegewijd gaan helpen om hun coronavertraging in te lopen?
4. Profileringsfonds. Futselaar had er ook nog op kunnen wijzen dat de minister met haar redenering inbreuk maakt op de systematiek die in de wettelijke regeling van het Profilerings­fonds (artikel 7.51 WHW) gevolgd wordt. In een van de Service­documenten Hoger Onderwijs (24/4/2020) wordt bevestigd dat studenten die door persoonlijke omstandigheden in verband met de coronacrisis vertraagd zijn geraakt, een beroep kunnen doen op het Profileringsfonds van hun instelling: ‘Het gaat hierbij om studenten die te maken hebben met opgelopen of verwachte studievertraging doordat zij zelf ziek zijn (geweest) door het coronavirus, of vanwege (mantelzorg voor) zieke familieleden. Ook [gaat het hierbij om] studerende ouders die vanwege de coronamaatregelen onderwijs moeten combineren met zorg voor kinderen die thuis zijn en daardoor studievertraging oplopen of verwachten op te lopen.’ Bij het recht op de desbetref­fende uitkeringen wordt niet als ontbindende voorwaarde gesteld dat het mogelijk ware geweest de opgelopen studievertraging in te lopen!

Eén reactie op “Verwarrende beleidslijnen (II): geldelijke compensatie voor vertraagde student

  1. Wes Holleman zegt:

    Het ziet ernaar uit dat Engelstalige studenten op het verkeerde been zijn gezet. In hun ogen heb je twee soorten opleidingen: pre-graduate en post-graduate. College graduates kunnen hun studie voortzetten in een postgraduate course. Zij begrijpen dus (ten onrechte) dat ook de afgestudeerden van de universitaire bacheloropleiding onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een corona tuition fee refund ter grootte van maximaal 535 euro. Althans als ze afgaan op de Engelse tekst van het Hoger Onderwijs Persbureau (18/5/2020) of van de Dutch Review (18/5/2020). Maar op de DUO-site worden ze correct voorgelicht; maar hun wordt daar voorgespiegeld dat ze de volle 535 euro krijgen (dus niet maximaal 535 euro).