Vriendschap met een student

Lieve Prudence … Ze verzorgt een adviesrubriek voor de Washington Post. Onlangs kreeg ze een vraag van een universitaire docent die in een vriendschapsrelatie met één van haar studenten terecht is gekomen (Slate 19/2/2014). Op Facebook hebben ze diepgaande gesprekken van hoog intellectueel niveau. Maar zij begint zich schuldig te voelen tegen­over haar echtgenoot. De gesprekken die zij als 30-jarige vrouw met deze 19-jarige jongeman voert, vervullen intellectuele behoeften die door haar man onvervuld worden gelaten. Zij vraagt zich af of hier van intellectueel overspel sprake is. En het klikt zozeer dat er zelfs on­gemerkt een liefdesrelatie zou kunnen ontstaan. Moet ze deze vriendschap verbreken? Ja, zegt Prudence, u moet dit persoon­lijke alarmsignaal serieus nemen. De relatie mag de grenzen van academische begeleiding niet te buiten gaan. Neem dus zo gauw mogelijk weer gepaste professionele afstand in acht, want anders brengt u ook uw eigen carrière in gevaar.
De briefschrijfster wil duidelijk krijgen of haar relatie met de student een overspelig karakter heeft, maar Prudence gaat daar niet met zoveel woorden op in. Naar mijn indruk kiest Prudence veeleer de beroepsethiek van docenten als invalshoek. Onder­wijsgevers en examinatoren behoren professionele relaties met hun cursisten in acht te nemen, zonder voortrekkerij en zonder intimiteiten die hun professionele oordeelsvermogen jegens de betrokken student kunnen vertroebelen. Maar dat gebod geldt vooral voor trajecten waarin er een reëel gevaar van (vermeende) belangenverstrengeling bestaat. Na afloop daarvan resten Prudence weinig argumenten om vriendschaps- of liefdesrelaties tussen docenten en meerderjarige studenten te veroordelen of ontraden. Of acht zij het bovendien onethisch dat een dertigjarige getrouwde vrouw haar machtsoverwicht (voortvloeiend uit een verschil in leeftijd en opleidingsniveau) zou kunnen gebruiken om een onbedorven jongeling te verleiden?

Eén reactie op “Vriendschap met een student”

  1. Wes Holleman zegt:

    Tot op zekere hoogte geldt dat ethische gebod ook na afloop van deze trajecten: (a) de professional of voormalige professional mag na afloop van het traject geen geschenken, giften of diensten aanvaarden die kunnen worden opgevat als beloning voor onprofessionele voortrekkerij; (b) hij/zij mag geen misbruik maken van het gezag dat in het kader van de professionele relatie is opgebouwd (bv. misbruik van de verliefdheid van de kwetsbare cliënt jegens de machtige professional); (c) hij/zij mag geen oneigenlijk gebruik maken van de informatie die hij/zij beroepshalve over de cliënt verworven heeft.