Vrije meningsuiting en professionele terughoudendheid

Het Franse parlement behandelt momenteel een wetsontwerp voor het basis- en voortgezet onderwijs: L’école de la Confiance. De vakbonden maken zich nogal druk over het openings­artikel, dat de professionele grenzen van de vrije meningsuiting aanstipt. Werknemers in het openbaar onderwijs dienen professionele terughoudendheid (le devoir de réserve) te betrachten en kunnen dus beknot worden in hun uiting van onderwijspolitieke opvattingen. Voor Neder­landse ambtenaren geldt een soortgelijk uitgangspunt (art. 125a lid 1 Ambtenarenwet): “De ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens (…) indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functio­nering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.” Voor werknemers in de particuliere sector is een dergelijke verplichting geïmpliceerd in de wettelijke bepalingen over goed werknemerschap (Semra Yalcin 2016 p.20). De vraag rijst in hoeverre het gebod van professionele terughou­dend­heid ook van toepassing is op een recente casus bij het inter­confessionele Sweelinck­college, een mavo/havo-school met veel moslimleerlingen, vlakbij het Museumplein in Amster­dam.
Een docente twitterde naar aanleiding van een terroristische aanslag in Marseille: ‘Iedereen die zegt dat de islam net is als alle andere religies, is een grote leugenaar’ en ‘Dat verrekte “Allahu akbar”: het wordt mij te opvallend vaak gebruikt bij bloedvergie­ten, onschuldige levens vernietigen, terreur’ (Telegraaf 18/4/2019). De moslimcollega’s binnen het Sweelinck­college riepen haar, mede namens de moslimleerlingen, ter verantwoording over deze aan­tijging dat de islam in wezen een gewelddadige godsdienst of ideologie zou zijn. Maar de PVV-fractie uit de Tweede Kamer nam het in Kamervragen voor haar op: ‘Bent u van mening dat een docent het recht heeft zich, buitenschools, kritisch uit te laten over de islam (…)?’ Minister Slob heeft deze vraag bevestigend beantwoord (22/5/2019). Maar helaas heeft de minister in zijn antwoord geen onderscheid gemaakt tussen de verticale en de horizontale werking van de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Verticaal (strafrechtelijk) valt de docente niets te verwijten, maar horizontaal (arbeidsrechtelijk) is dat nog maar de vraag. De school had arbeidsrechtelijke maatregelen kunnen overwegen als haar werkneemster met deze tweet de belangen van het Sweelinckcollege en meer in het bijzonder de vertrouwensrelatie met de moslimleerlingen en –collega’s geschaad heeft. Maar uiteindelijk heeft de docente zelf haar biezen gepakt.