Vrije stagekeuze

In artikel 19 van de Nederlandse Grondwet is bepaald dat iedere Nederlander een recht op vrije arbeidskeuze heeft. Je kunt niet tegen je zin in een bepaalde werkkring geparachuteerd worden. Maar geldt dat ook voor stages die in het kader van een beroepsopleiding doorlopen moeten worden? Deze kwestie wordt door Brammeke aangesneden, die een buitenlandse stage voor de boeg heeft (Goeie Vraag 28/11/2011). In de Stagecode HBO (2006) wordt het volgende gesteld: ‘Om de stage­markt open en flexibel te houden dienen potentiële stageplaatsen door de hogeschool alleen beoordeeld te worden op geschiktheid en relevantie voor de betreffende opleidingen. Dit geldt zowel voor stageplaatsen die de hogeschool zelf werft, als stageplaatsen die ondernemingen aanbieden of die ondernemende studenten zelf aandragen. De criteria waarop de stageplaats op geschiktheid wordt beoordeeld maken onderdeel uit van de kwaliteits­zorg rondom de stage.’ Anderzijds wordt het principe van vrije stagekeuze niet met zoveel woorden in de Stagecode genoemd, terwijl er wel enkele factoren worden aangestipt die de keuzeruimte van de student kunnen beperken: (a) be­pleit wordt dat de stagebegeleidende docenten het stageadres bezoeken en het wordt zeer wel denkbaar geacht dat (b) verscheidene studenten op hetzelfde stageadres werken en dat (c) de hogeschool niet alleen een stagecontract met een bedrijf sluit maar ook afspreekt dat haar docenten betaalde professionele diensten aan het bedrijf zullen leveren. Gezien deze drie factoren kan een hogeschool­afdeling tot de conclusie komen, zoals in de casus van Brammeke, dat het in ieders belang is alle studenten naar hetzelfde (buitenlandse) stageadres te sturen.
Lees verder … (PDF)

Eén reactie op “Vrije stagekeuze”

  1. Wes Holleman zegt:

    Voor alle duidelijkheid: ik ken Brammekes beweegredenen niet en heb ze geheel uit de eigen duim gezogen. Datzelfde geldt voor het profiel van projectorganisatie X: ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat zij qua bedrijfsethiek van bedenkelijk allooi zou zijn.
    Wat factor (b) betreft: de cruciale factor is dat het niet ongebruikelijk is een raamcontract met een bedrijf of organisatie te sluiten met het doel jaarlijks een substantieel aanbod van stageplaatsen veilig te stellen. Verder lijkt me een factor (d) van belang: om een voldoende opleidingsrendement te realiseren moeten hogescholen ‘groenpluk’ door stagebiedende bedrijven en organisaties tegengaan. Het collectieve stageproject in Ghana zou goed passen in een dergelijk beleid.