Wat is academische vrijheid? (VIII)

Zoals eerder bericht, heeft een van onze openbare universiteiten nieuwe regels ingevoerd om commerciële en ideële reclame tegen te gaan. Zo is het voortaan verboden op de campus propaganda te bedrijven voor politieke partijen of religieuze/levensbeschouwelijke instellingen (DUB 1/7/2019). Het is eigenlijk wel begrijpelijk dat een universiteit regels wil stellen om te voorkomen dat binnen haar muren en terreinen activiteiten worden ontplooid die vreemd zijn aan de wetenschappelijke en intellectuele dialoog, aan het streven naar academische vorming en aan de ontwikkeling van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Maar toch is zo’n verbod op het maken van propaganda of anti-propaganda nogal tricky. Het is nog maar een kleine stap verder en het universiteitsbestuur verbiedt studenten ook zich demonstratief op de campus tegen Johnson Molenaar uit te spreken.
In de Verenigde Staten is het ondenkbaar dat een universiteitsbestuur politiek of religie uit de campus zou weren. Openbare universiteiten maken namelijk deel uit van het staatsapparaat en moeten zich dientengevolge houden aan het grondwettelijke First Amendment, waarin de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd wordt (alsook de vrijheid om opvattingen niet te onderschrijven).
Maar John Kroger denkt daar anders over (Inside Higher Ed 3/3/2020). Kroger is jurist, geboren in 1966. Hij was Minister van Justitie van de staat Oregon (2009-2012) en bestuurde vervolgens zes jaar lang een gerenommeerd ‘liberal arts college’ (het Reed College in Portland, Oregon). Verwijzend naar bestaande Amerikaanse jurisprudentie meent Kroger dat de universiteit als rechtspersoon aanspraak kan maken op een institutionele vrijheid van meningsuiting en dat de universiteit dus ook bevoegd is te besluiten dat bepaalde opvattingen niet vanuit haar spreekgestoelten (c.q. zeepkisten) verkondigd mogen worden als ze strijdig zijn met haar intellectuele missie. Volgens hem kunnen instellingsbestuurders uit dien hoofde de komst van anti-intellectuele gastsprekers of agitatoren op de campus blokkeren. Maar deze door hem verhoopte bevoegdheid van instellingsbestuurders vereist nog wel nadere rechterlijke toetsing. Volgens mij zal de rechter met name moeten toetsen in hoeverre een dergelijke bevoegdheid van het universiteitsbestuur een bedreiging vormt voor de academische vrijheid van onderzoekers, docenten en studenten.
Lees verder … (PDF)

2 reacties op “Wat is academische vrijheid? (VIII)”

  1. Wes Holleman zegt:

    Ik heb de bedoelde nieuwe regels van de Universiteit Utrecht er nog eens op nageslagen. Ik vind het nogal bedenkelijk dat ook hand­tekeningenacties onder het verbod vallen. En dat verbod geldt onver­minderd voor de terreinen en gebouwen van het University College, waar de studenten op de universitaire campus wonen! Het recht van petitie: is dat niet een pijler van de democratische rechtsstaat (en mutatis mutandis ook een pijler van elke democratisch ingerichte organisatie of gemeenschap)?

  2. Wes Holleman zegt:

    De Universiteit Utrecht “hanteert een neutrale positie waar het politieke of religieuze [of levensbeschouwelijke] instellingen betreft.” In deze formulering klinkt misschien ook de angst door dat de universiteit geldschieters tegen het hoofd zou stoten als zij te zeer in het nieuws zou komen met uitgesproken opvattingen. Amerikaanse universiteiten zijn, veel meer dan de Nederlandse, in hun bedrijfsvoering afhankelijk van de donaties van alumni. Ze worden heel zenuwachtig als ze teveel geassocieerd zouden worden met controversiële standpunten [voor of tegen Pro-life, voor of tegen BDS, voor of tegen Gun Control (NRA), etc.].