Wat maakt het leraarschap onaantrekkelijk?

Alom maakt men zich zorgen over het oplopende tekort aan po- en vo-leraren. Een paar maanden geleden heeft de Onderwijsraad aanbevolen een interdepartementale taskforce op te richten om dit urgente probleem aan te pakken. Volkskrantjournalist Carlijne Vos wijdde er deze week een redactioneel commentaar aan. Zij suggereert dat de personeelsschaarste te wijten is aan de hoge werkdruk en de lage salarissen van leraren. Maak het leraarsberoep aantrekkelijker door verhoging van de salarissen en verlaging van de werkdruk, en de gegadigden zullen allengs toestromen om de vacatures te vervullen. Daarnaast noemt ze nog enkele andere maatregelen: differentieer het functiegebouw zodat de leraren ontlast worden door lager opgeleide en lager betaalde krachten; stimuleer potentiële leraressen om voltijds te gaan werken; en zorg voor flankerend beleid (betaalbare kinderopvang en minder verplicht-vrijwillige mantelzorg).
Maar ik vraag me af of er niet méér factoren zijn die het leraarsberoep onaantrekkelijk maken. In bijgaande tabel A heb ik de door Vos genoemde factoren in romein opgenomen, terwijl mijn aanvullingen in cursief zijn weergegeven. Om te beginnen heb ik ad 1 de hoge werkdruk trachten te specificeren. Vervolgens heb ik ad 2 en 3 de onaantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en het ontbreken van flankerend beleid uitgewerkt. Maar, dan nog, blijft er onder 4, 5 en 6 een hele reeks andere factoren over die het leraarsberoep onaantrekkelijk kunnen maken of die ertoe kunnen leiden dat leraren na enige jaren alsnog voor een baan buiten het onderwijs kiezen. Maar ik geef toe: tabel A is slechts een lijst met subjectieve impressies, niet gebaseerd op betrouwbare onderzoeksdata en analyses.
Bron: Commentaar Carlijne Vos (VK 18/7/2018)

2 reacties op “Wat maakt het leraarschap onaantrekkelijk?”

  1. Wes Holleman zegt:

    Op 24 augustus stuurden de bewindslieden van OCW een Kamerbrief over het terugdringen van het lerarentekort. PO In Actie is teleurgesteld dat de salarisachterstand van PO-leraren en de klassengrootte niet worden aangepakt (NRC 24/8/2018).
    UPDATE 1: OCW kondigt aan dat topbestuurder Merel van Vroonhoven is aangezocht als onafhankelijk aanjager om de aanpak van de leraarstekorten te versnellen en te intensiveren (12/7/2019).
    UPDATE 2: Het rapport van Merel van Vroonhoven is gepubliceerd, evenals de reactie daarop van OCW (2/7/2020). Er wordt een taskforce opgericht om de aanpak van het lerarentekort te verstevigen. Volgens Van Vroonhoven (p.20) maken zes (door potentiële en zittende leraren gepercipieerde) factoren het leraarsberoep onaantrekkelijk: hoge werkdruk, slechte salarissen, het gebrek aan autonomie, weinig innovatie (ouderwets), weinig professionele ruimte om te differentiëren of te groeien, en het idee dat het leraarschap een “roeping” is (en dus voor weinig mensen weggelegd).
    UPDATE 3: Op 21/9/2020 (de maandag voor Prinsjesdag) is een petitie gestart op initiatief van AOb, Lerarencollectief, Ouders & Onderwijs, LAKS, Leraren in Actie, CNV Onderwijs, FvOv, AVS, FNV overheid, PVVVO, Po in Actie, VO in Actie, Oudervereniging Balans. Aan de [politieke partijen wordt verzocht in hun verkiezingsprogramma op te nemen en aan de] volgende regering wordt verzocht in het regeerakkoord op te nemen dat er de komende jaren stapsgewijs toegewerkt wordt naar kleinere klassen met een maximum van 21, te beginnen op de scholen die dit het hardst nodig hebben. De Algemene Vereniging van Schoolleiders (22/9/2020) licht toe: “Het lerarentekort blijft groeien. Een van de belangrijkste redenen voor (startende) leraren om af te haken, is de klassengrootte.” Ook de toelichting van de AOb is vermeldenswaard (21/9/2020a, 21/9/2020b; AD z.j.).

  2. Wes Holleman zegt:

    In de NRO-Kennisrotonde (10/10/2019) worden antwoorden gezocht op de volgende vragen: Wat zijn (belangrijkste) redenen voor uitval van vo-leraren uit het beroep in de eerste vijf jaren? En is dit anders dan in andere beroepssectoren?