Werving van studenten (II)

Een universiteit in het Zuiden des lands tracht getalenteerde studenten te werven: als je bij ons komt studeren, krijg je 3000 euro korting op het verschuldigde collegegeld. Wat is daarop tegen?
(a) Het is onethisch om de studiekeuze op deze manier te beïnvloeden. Een onderwijs­instelling moet alles achterwege laten wat studenten kan belemmeren om hun talenten optimaal te ontwikkelen. Idealiter kiezen ze een opleiding die optimaal bij hun talenten aansluit. Maar door haar prijsbeleid werkt deze universiteit in de hand dat getalenteerde studenten niet de kwalitatief-beste (c.q. geschiktste) maar de goedkoop­ste opleiding in den lande kiezen. Het ware beter als zij beurzen zou uitloven voor ge­talenteerde studenten uit minder-draagkrachtige milieus, die immers veel risico lopen dat hun ontplooiing gestremd wordt door leen-angst en baantjes naast de studie.
(b) Prijsconcurrentie past niet bij de missie van de universiteit. Zij behoort alles in het werk stellen om de talenten van haar studenten tot ontwikkeling te brengen. Als zij begaafde studenten binnenkrijgt, moet zij hun een programma bieden dat optimaal bij hun talenten aansluit. Ze moet hun geen korting op het collegegeld geven, maar de garantie dat ze in plaats van het reguliere curriculum een uitdagend honours­program­ma mogen volgen. Met zo’n garantie trekt zij niet alleen goede studenten maar bevordert zij ook hun motivatie om hoge prestaties te leveren en alles uit hun studie te halen wat erin zit.
Bronnen: Persbericht UvT; Topscholier
Tags: Werving van studenten

5 reacties op “Werving van studenten (II)”

  1. Wes Holleman zegt:

    De Universiteit Maastricht kent een andere bonusregeling: de bestpresterende 3% van de studenten krijgt z’n collegegeld aan het eind van het cursusjaar gerestitueerd (De Pers 28/10/2008; UM-site 28/10/2008). En volgens de Amsterdamse onderwijseconoom Hessel Oosterbeek kan zo’n bonusregeling doel treffen (De Pers 20/4/2009; Leuven, Oosterbeek en Van der Klaauw, paper 2004).

  2. Wes Holleman zegt:

    Emmanuel Naaijkens (Brabants Dagblad 24/4/2009) bericht dat het geld voor de Tilburgse collegegeldactie betaald wordt door de provincie Noord-Brabant, en dat de Universiteit Eindhoven eveneens voor dat doel gefinancierd wordt. De ministers Plasterk (OCW) en Ter Horst (BiZa) roepen de Provincie ter verantwoording: dit is oneigenlijk gebruik van belastinggelden. Volgens Plasterk behoort in principe iedere student via het collegegeld bij te dragen aan de H.O.-budget.
    In dat opzicht heeft de Universiteit Maastricht zich aardig ingedekt: zij geeft een bonus aan getalenteerde studenten die geen studievertraging oplopen. Dat studiegedrag levert kostenbesparingen voor de universiteit op en dan valt het te verdedigen dat de betrokken studenten daarin delen door korting op hun collegegeld.
    Minister Plasterk kan repliceren dat die bonus ongepast is aangezien getalenteerde studenten ook extra geld kosten, bijvoorbeeld door hun deelname aan honourscourses of aan extra keuzevakken. Ook kan hij betogen dat in het jaarlijks verschuldigde collegegeld al een malus voor vertraagde studenten is ingebouwd en dat snelle studenten deze malus ontlopen: dat is in zichzelf al een bonus!
    Mijn conclusie: Plasterk kan zich in deze discussie beter concentreren op talentontwikkeling. De Tilburgse, Eindhovense en Maastrichtse regeling doet afbreuk aan de ontwikkeling van getalenteerde studenten.

  3. Wes Holleman zegt:

    De Tilburgse CvB-voorzitter licht zijn wervingsstrategie toe in Univers (14/5/2009). Er is volgens hem niets abnormaals aan het toekennen van beurzen aan getalenteerde studenten. Dat klopt, maar die beurzen zijn gewoonlijk gereserveerd voor minder-draagkrachtige studenten. Tilburg stelt die restrictie niet. Dat is een groot verschil, net zo groot als het verschil tussen schenken en omkopen.

  4. Wes Holleman zegt:

    De Tilburgse studentendecaan Mies Hezemans stoort zich aan het feit dat de vrijstelling van collegegeld ook voor het tweede verblijfsjaar geldt, op voorwaarde dat de betrokkene in het eerste verblijfsjaar minimaal voor 60% van de eerstejaarsvakken geslaagd is (Univers 28/5/2009). De Maastrichtse regeling daarentegen beloont de beste studenten die het jaarprogramma zonder studievertraging doorlopen.

  5. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Werving van studenten (III) zegt:

    […] Gisteren, zaterdag 19 november, hield de Universiteit Maastricht haar Open Dag voor aanstaande studenten. De Rijksuniversiteit Groningen houdt haar voorlichtings­dag pas over drie maanden: op vrijdag 17 februari. Wat is de nieuwswaarde van deze twee berichten? Nogal wiedes: als je een Groningse studie overweegt, krijg je een dag vrij van school. En je kunt beter al op 16 februari naar het Noorden afreizen, want de gezelligheidsverenigingen fêteren hun eventuele nieuwe aanwas met avondfestiviteiten. De conrector van het Haagse Maerlant Lyceum heeft daar genoeg van: ‘Universiteit Groningen lokt scholieren met drank en feest’ (Trouw 11/11/2011). Hij heeft de RUG verzocht haar voorlichtingsdag naar de zaterdag te verplaatsen, doch hij kreeg nul op het request. Maar het Groningse universiteitsbestuur is gaarne bereid met de stu­dentenverenigingen te overleggen of ze hun alcoholische festiviteiten naar de vrijdag­avond kunnen verplaatsen (Universiteitskrant 17/11/2011 blz.4). Daarmee gaan de Groningers echter aan het werkelijke knelpunt voorbij. Voor leer­plichtige scholieren is ‘t een kostelijk goed, zo’n snipperdag, en die is hun best een reisje waard. In hoeverre is het on-ethisch dat deze universiteit zo’n krach­tige ‘marketing incentive’ inzet om de studiekeuze van potentiële studenten te beïnvloe­den? Nee, zullen de Groningers zeggen: onze voorkeur voor de vrijdag heeft heel andere gronden. Dat mag wel zo wezen, maar uw Maastrichtse collega’s laten zwaarder wegen dat je niet zomaar een schooldag van het eindexamenjaar mag afsnoepen. Het ministerie adviseert de krokusvakantie te laten beginnen op 25/2 (regio Noord) of 18/2 (regio’s Midden en Zuid). Waarom hebben jullie daar niet aan gedacht?! Zie ook: Werving van studenten (I) en (II) […]