Wraking van een scriptiebegeleider

Een Israëlische studente, Smadar Bakovic, studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen aan de University of Warwick (U.K.). Ze wilde een master’s thesis schrijven over de positie van de arabische burgers in Israël. In de faculteit is het gebruikelijk dat de scriptiebegeleider (tevens beoordelaar) door de faculteit wordt toegewezen en dat de student daarbij geen inspraak heeft. Het werd de Midden-Oostenkenner dr. Nicola Pratt. De studente maakte daar bezwaar tegen omdat zij vreesde dat deze docent (voorvechtster van boycotmaatregelen tegen Israël) bevooroordeeld was, en dus niet geschikt om de beoogde scriptie te begeleiden en beoordelen. De faculteit hield echter voet bij stuk. Uiteindelijk werd de scriptie met een kale Voldoende beoordeeld. De studente ging daartegen in beroep omdat zij meende dat dit lage cijfer door politieke vooroordelen was ingegeven. De beroepscommissie vond daar geen enkele aanwijzing voor, maar stond haar toe de scriptie te reviseren en het resultaat aan een andere beoordelaar voor te leggen. Deze gaf haar inderdaad een iets hoger cijfer, maar ze was nog niet tevreden. Zij richtte zich tot de Adjudicator (een landelijke klachteninstantie voor het hoger onderwijs) omdat ze meende onheus behandeld te zijn door de faculteit. Deze heeft haar onlangs op één punt in het gelijk gesteld: de faculteit had zich niet zo rigide moeten opstellen en had haar aanvankelijke wrakingsverzoek moeten inwilligen. De Adjudicator kon erin komen dat “Ms. Bakovic had concerns about the potential for bias and was aggrieved by the department’s refusal to change her supervisor.”
Bron: Jewish Chronicle (22/12/2011), Persbericht Warwick (29/12/2011), Chronicle H.E. (25/9/2013)

Eén reactie op “Wraking van een scriptiebegeleider”

  1. Wes Holleman zegt:

    Wat is het verschil tussen Nederland en Engeland? Evenals in Engeland trachten Nederlandse faculteiten voortrekkerij te voorkomen, maar anders dan in Warwick is men hier eerder geneigd in dat verband van meet af aan een tweede beoordelaar aan te wijzen, zeker als de student twijfels uitspreekt aangaande het objectieve oordeelsvermogen van de eerste beoordelaar. Het belangrijkste verschil is echter dat het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO), anders dan de Engelse Adjudicator, als enige criterium pleegt te hanteren of de faculteit zich aan de regels houdt die zij zichzelf gesteld heeft (tenzij die regels in strijd met de wet zouden zijn). De Adjudicator heeft hier de facultaire regels terzijde geschoven en op eigen houtje een hardheidsclausule geïntroduceerd.