Wat is academische vrijheid? (VI)

Wes Holleman | 08-01-2017 | 2 Reacties » | permalink

Ruim een jaar geleden (19/11/2015) schreef mr. Peter Kwikkers een juridische beschouwing over de academische vrijheid in het Nederlandse hoger onderwijs, waarbij hij een wetshistorische invalshoek koos. Dr. Wes Holleman, publicist op het grensvlak tussen onderwijsrecht en beroepsethiek van docenten, betoogt dat men méér invalshoeken in de beschouwing moet betrekken. Hij illustreert dat aan enige praktijkvoorbeelden.
Lees verder … (PDF)

Docent en activist (II)

Wes Holleman | 04-01-2017 | permalink

Is politicoloog George Ciccariello-Maher een linkse activist? Dat kan ik niet helemaal beoordelen, maar hij is in elk geval niet op zijn mondje gevallen. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan de Drexel University in Philadelphia, 150 kilometer ten zuidwesten van New York City. Hij is specialist op het gebied van sociale bewegingen in Latijns-Amerika, hij toont begrip voor de revolutionairen aldaar, en hij verdedigt de beginselen van een fatsoenlijke, multi­culturele samenleving. Met zijn ideeën staat hij dus lijnrecht tegenover de extreem-rechtse aanhangers van White Supremacy en Alt(ernative)-Right. Vorige maand liet hij weer eens van zich horen. Hij twitterde wat voor cadeautje hij onder de kerstboom wilde: geef mij maar White Genocide. Aldus dreef hij de spot met de extreem-rechtse slogan dat de blanken één front moeten vormen om te voorkomen dat ze worden uitgeroeid door sluipende immigratie en rasvermenging. Maar zijn tweet is wel een doordenkertje. Hij is een blanke voorvechter van de multiculturele samenleving, maar hier omarmt hij de karikatuur die zijn tegenstanders ervan maken. Door deze sarcastische omkering wekt hij dus per saldo de schijn niet-blanken te willen aanmoedigen om de blanken uit de weg te ruimen.
Het bestuur van de Drexel University voelde zich derhalve genoodzaakt zich per omgaande publiekelijk te distantiëren van deze, op het eerste gezicht haatzaaiende boodschap. Maar vervolgens moesten de bestuurders zich verdedigen tegen de aantijging dat ze inbreuk maakten op de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid waaraan de leden van de academische gemeenschap het recht ontlenen ongestoord deel te nemen aan het academisch debat over wetenschappelijke en maatschappelijke kwesties. Amerikaanse universiteiten trachten soms tegen dergelijke aantijgingen in te brengen dat medewerkers en studenten weliswaar de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting genieten, maar dat deze uitings­vrijheid begrensd wordt door vormvoorschriften die voor het academisch debat gelden en dat docenten bovendien het goede voorbeeld moeten geven aan studenten. In de Amerikaanse verhoudingen begeven ze zich daarmee op glad ijs. Toch heb ik, kijkend vanuit de Nederlandse ver­houdingen, het gevoel dat Ciccariello-Maher met het publiceren van zijn twitterbericht onprofessioneel gehandeld heeft. Docenten moeten zich onthouden van racistische ‘hate speech’, ook al bezweren goede verstaanders dat de ondertitel Maar-Niet-Heus-Dikke-Neus luidt.
Bron: Philly.com (26/12/2016), Counterpunch (28/12/2016), Inside HigherEd (29/12/2016)

Docent en activist

Wes Holleman | 14-12-2016 | permalink

Mike Adams geeft Criminologie op één van de vestigingen van de University of North Carolina (UNCW). Volgens de studenten op de website Rate my Professors is hij een goede docent. In zijn vrije tijd schrijft hij polemische stukken, onder andere op de conservatieve website Townhall.com. In augustus schreef hij een column over het spanningsveld tussen werk en vrije tijd: hij probeert die dingen goed uit elkaar te houden. Maar de UNCW is een openbare universiteit, die de First Amendment (de grond­wettelijke vrijheid van meningsuiting) ten volle respecteert. Docenten en studenten mogen met alle wettige middelen hun opvattingen uitdragen. Als conservatieve activist neemt Mike Adams in zijn vrije tijd dan ook geen blad voor de mond. Daarbij speelt hij niet alleen op de bal maar ook op de man (én op de vrouw, want aan feministische activisten heeft hij een gloeiende hekel). Als hij iemand eenmaal bij de keel heeft, kan hij hem (of haar) jarenlang op de sociale media blijven kwetsen en sarren. Dat overkwam bij­voorbeeld de studente Nada Merghani, een lesbische moslima die uit de Soedan gevlucht is en die actie voert tegen onder andere de anti-abortusbeweging en tegen de presidentskandidaat Trump. Het universiteitsbestuur is niet blij met de respect­loze wijze waarop Adams zijn tegenstanders bejegent, maar men meent niet tegen hem te kunnen optreden zolang hij zich beperkt tot verbaal geweld en zich niet aan strafbare bedreiging schuldig maakt.
Nada is dus weggepest, niet alleen door zijn verbale getreiter, maar ook door regelrechte bedreigingen die ano­nieme rechtse activisten daarop deden volgen. Ze is begin december omgezwaaid naar een andere vestiging van de UNC. Er is inmiddels een petitie gestart waarin het universiteitsbestuur dringend wordt verzocht om Adams te ontslaan. Wat is er aan de hand?
Lees verder … (PDF)

Geen doktersbriefje

Wes Holleman | 11-12-2016 | 1 Reactie » | permalink

De Nederlandse artsenfederatie KNMG heeft een paar maanden geleden opnieuw in een richtlijn bevestigd dat behandelende huisartsen of specialisten liever geen geneeskundige verklaring over hun patiënt moeten afgeven (2016a, 2016b). Het oordeel of iemand (on)geschikt is om bepaalde prestaties te leveren, kunnen ze beter aan een onafhankelijke bedrijfsarts, keuringsarts of dergelijke overlaten. Maar de Universiteit Utrecht (UU) heeft het daar moeilijk mee. Zij heeft namelijk de herkansingen voor tentamens afgeschaft (Richtlijn Onderwijs 2006, 2014). Elk cursusjaar omvat acht cursussen. In principe moeten studenten, als ze zakken voor het tentamen van een cursus, de hele cursus volgend jaar doubleren. Daarop maakt de UU twee uitzonderingen. In de eerste plaats wordt een verlengd tentamen toegestaan als de cursus weliswaar ijverig doorlopen is maar met een cijfer tussen 4,00 en 5,49 is afgesloten. En in de tweede plaats krijgen studenten een herkansing als ze door overmacht (zoals ziekte of familie­omstandigheden) niet aan het tentamen hebben kunnen deelnemen.
Het probleem is nu dat vele studenten op bewijsrechtelijke problemen stuiten als ze zich wegens ziekte afmelden voor een tentamen. De huisarts weigert een doktersbriefje uit te schrijven en daar heeft hij of zij groot gelijk in: wat zegt het nou dat patiënten melden zich te beroerd te voelen om het tentamen adequaat voor te bereiden en af te leggen? In de meeste gevallen is het doktersbriefje niet meer dan een professioneel stempel op een subjectieve selfreport van de patiënt.
De Faculteit Sociale Wetenschappen heeft onlangs de regel ingevoerd dat studenten zich maximaal eenmaal per twaalf maanden mogen afmelden voor hun toetsen en tentamens en dat ze bij recidive in principe hun recht op herkansing verspelen behoudens een beslissings­procedure waarbij de tutor en de onderwijsdirecteur betrokken zijn (DUB 5/12/2016). Maar eigenlijk is dat een doekje voor het bloeden. Eigenlijk is de overmachtsregel van de Universiteit Utrecht in bewijsrechtelijk opzicht onuitvoerbaar. Als men eerlijk en rechtvaardig met z’n studenten wil omgaan, gunt men iedere student een herkansing tegen het einde van de zomer­vakantie.

Andere schooltijden (II)

Wes Holleman | 07-12-2016 | permalink

Hoe staat het met de invoering van andere schooltijden in het basisonderwijs (zoals het continurooster of het vijfgelijkedagen­model)? Het bureau DUO-Onderwijsonderzoek heeft onlangs de resultaten gepubliceerd van een vragenlijstonderzoek onder schoolleiders (6/12/2016a, 6/12/2016b). Daarover werd bericht door De Volkskrant (VK 6/12/2016a). Tevens schreef Kaya Bouma vanuit de Economieredactie een achtergrondartikel over de voor- en nadelen van de onderscheiden roostermodellen, onder de titel Nu blijft de groep in haar ritme (VK 6/12/2016b). Pedagoog Martin van Rooijen reageerde met een lezersbrief (VK 7/12/2016) waarin hij bezwaar maakte tegen Bouma’s tendentieuze voorstelling van zaken. Zij legt de nadruk op de bedrijfs­economische belangen van de school en de belangen van de (werkende) ouders, maar ze gaat voorbij aan de belangen van het kind. Haar belangrijkste omissie is dat ze slechts vier roostermodellen onderscheidt. Van Rooijen vraagt aandacht voor een vijfde optie. Hij breekt namelijk een lans voor de moderne variant van het traditionele schoolrooster: een ruime lunchpauze (minimaal een uur) die door de school gefaciliteerd wordt met tussen­schoolse opvang. Het voordeel daarvan is dat de gedisciplineerde les- en huiswerkdag onderbroken wordt door een recreatieperiode waarin de scholieren in pure vrijheid samen buiten spelen.
Zie ook: Onderwijsethiek.nl (18/6/2009, 21/6/2011, 23/3/2014). En zie voor teenagers: 12/10/2014.

Toekomstbestendig onderwijs

Wes Holleman | 05-12-2016 | 1 Reactie » | permalink

Staatssecretaris Dekker wil graag te weten komen hoe onderwijsprofessionals denken over de mogelijkheden om het onderwijs meer “toekomstbestendig” te maken (Nationale Onderwijsgids 2/12/2016). Daartoe heeft hij het onderzoeks­bureau Regioplan opdracht gegeven in december digitale discussie­platforms te organiseren voor respectievelijk leraren, schoolleiders en school­bestuurders.
Men noemt landen of bedrijven toekomstbestendig als ze in staat worden geacht toekomstige kansen te grijpen en toekomstige bedreigingen het hoofd te bieden. Ze hebben voldoende potentie om in woelige tijden het hoofd boven water te houden en succesvol te opereren. De kabinetten Rutte-I en Rutte-II hebben zich tijdens de Eurocrisis ingespannen Nederland toekomstbestendiger te maken door onze internationale concurrentiekracht te verhogen. Door strenge bezuiniging op de overheidsuitgaven, afslanking van het overheidsapparaat, privatisering van het economisch leven en afwenteling van lasten op de burgers moest de Nederlandse economie Sterker Uit De Crisis Komen.
Op het eerste gezicht sluit de staatssecretaris met zijn initiatief bij deze be­zuinigingstraditie aan. Van de discussianten wordt gevraagd te inventariseren hoe scholen tegen lagere kosten geëxploiteerd kunnen worden. Als voorbeelden worden genoemd: verminderen we de onderwijstijd? laten we de lessen opvangen door onderwijs­assistenten? vergroten we de klassen? schaffen we het taakbeleid af? Maar de verzamelde bezuinigingsideeën dienen voor de staats­secretaris een hoger doel: de aldus vrijgemaakte personeelstijd moet worden ingezet om toekomstbestendige onderwijsverbetering tot stand te brengen. Bijvoorbeeld in de sfeer van flexibiliteit, leren met ict, gepersonaliseerd leren en onderwijsteams.
Helaas worden de bedoelingen van de staatssecretaris slechts summier toegelicht door Regioplan. De staats­secretaris constateert dat de onderwijs­professionals door hun hoge werkdruk niet toekomen aan toekomstbestendige onderwijsverbetering maar hij toont zich niet bereid tijdelijk méér personele middelen te verschaffen om de werkdruk te verlagen zodat noodzakelijke onderwijs­verbeteringen doelgericht kunnen worden aangepakt. De investeringen die gemoeid zijn met het realiseren van toekomstbestendige onderwijsverbetering moeten volgens hem ten laste van het huidige exploitatiebudget worden gebracht. De staatssecretaris gaat voorbij aan de vraag of de huidige leerlingengeneraties niet de dupe zullen worden van deze tijdelijke aanslag op het exploitatie­budget. Of worden we gewoon om de tuin geleid? In hoeverre is toekomstbestendige verbetering van ons onderwijs een eufemistische vlag die geen andere lading dekt dan projectmatig-bezuinigen-zonder-kwaliteitsverlies?
Zie ook: Projectomschrijving en Persbericht van Regioplan (november 2016)

Hergebruik van tentamenvragen

Wes Holleman | 28-11-2016 | permalink

Vox-redacteur Tim van Ham bericht over de uitkomsten van een journalistieke enquête naar tentamenfraude binnen de Radboud Universiteit (Vox 15/11/2016). Vijf procent van de respondenten heeft ooit bij een inzagesessie van hun beoordeelde tentamen de tentamenvragen gefotografeerd. En 44% heeft ooit, bij de voorbereiding van een tentamen, buiten medeweten en toestemming van de docent oude tentamenvragen in bezit gekregen en gebruikt. Volgens Tim van Ham is dat strafbaar gedrag: iemand maakt met zijn smartphone inbreuk op het auteurs­recht van de docent, met het doel anderen voorkennis te verschaffen over (in de toekomst wellicht hergebruikte) tentamen­vragen en zij worden aldus in staat gesteld hun kansen op een voldoende tentamencijfer op frauduleuze wijze te verhogen. Zowel de verschaffers als de gebruikers van deze illegale voorkennis maken zich volgens hem aan tentamenfraude schuldig.
Ik ben geen jurist, maar persoonlijk vind ik het een dubieuze redenering. Ten eerste is het onrechtvaardig dat iemand geen kopie mag maken van het gemaakte en beoordeelde werk, want daarmee wordt hij/zij belemmerd in het aanvechten van eventuele beoordelingsfouten. Ten tweede staat het een student vrij om medestudenten deelgenoot te maken van zijn/haar tentamenervaringen (ook als hij/zij gezegend is met een fotografisch geheugen). Door het tentamen af te nemen, maken docenten hun tentamen in feite openbaar. Van schending van het auteursrecht is naar mijn gevoel pas sprake als oude tentamens zonder toestemming van de docent tegen betaling in omloop worden gebracht. Ten derde mogen studenten uitgaan van de fictie dat oude tentamenvragen niet hergebruikt worden door de docent. Ze mogen er dus van uitgaan dat het geoorloofd is oude tentamens als oefenstof te gebruiken. De docent dient dermate terughoudend te zijn in het hergebruik van oude tentamenvragen dat voorkennis niet tot noemens­waardige vertekening van het uiteindelijke tentamencijfer leidt.
Zie ook: Onderwijsethiek.nl (30-03-2014; 15-03-2015; 31-05-2015; 24-10-2016)

Studenten met zorgtaken

Wes Holleman | 27-11-2016 | 1 Reactie » | permalink

Twee leden van de PvdA-fractie hebben Kamervragen gesteld aan de bewinds­lieden van Onderwijs en VWS. Het gaat over mantel­zorgende studenten. Hoeveel dat er zijn is niet bekend, maar meer in het algemeen melden de bewindslieden dat 6% van de studenten in het hoger onderwijs met zorgtaken belast zijn. Eén op de zes studenten is dus extra tijd kwijt aan de zorg voor kinderen, familieleden, partners of buren die hun hulp behoeven. Vaak heeft dat studie­vertraging tot gevolg, hetgeen extra schrijnend is als men bedenkt dat die zorgtaken lang niet altijd op basis van vrijwilligheid vervuld worden: studerende moeders en vaders hebben een wettelijke zorgplicht en in de hedendaagse participatiesamenleving wordt ook op het gebied van de mantelzorg door de overheid zware druk op familie en buren uitgeoefend om zorgtaken op de schouders te nemen.
Maar gelukkig is in de hogeronderwijswet vastgelegd, aldus de bewindslieden in hun antwoord op de Kamervragen, dat universi­teiten en hogescholen rekening moeten houden met persoon­lijke omstandigheden van de student, bijvoorbeeld bij het geven van een (negatief) bindend studieadvies (BSA). Wat jammer nou, hier slaan de bewinds­lieden de plank volledig mis! In artikel 2.1 van de algemene bestuursmaatregel Uitvoeringsbesluit WHW 2008 staat dat de instellingen rekening moeten houden met ziekte, zwanger­schap en functie­beperkingen van de student, alsook met bijzondere familieomstandigheden. Maar werkstudentschap, langdurige mantelzorg en normale zorgtaken jegens de kinderen gelden niet als persoonlijke omstandig­heden die bij studie­vertraging recht geven op coulante behandeling. In de zojuist genoemde AMVB is bepaald dat de instellingen met die factoren geen rekening mogen houden bij het opleggen van een bindend studieadvies (en volgens de nieuwste regels mogen ze dat evenmin doen bij het verlengen van de geldigheidsduur van tentamens). Daarover moet de Minister van Onderwijs (tevens portefeuille­houder Emancipatiezaken!) nog eens flink aan de tand worden gevoeld door de Tweede Kamer.
Zie ook: Onderwijsethiek.nl (17/11/2013, 7/4/2014)

Puntenaftrek voor ongewenst gedrag

Wes Holleman | 16-11-2016 | permalink

Op haar website Delenderwijs bericht docente Karen van de Cruys dat ze voortaan bij het geven van cijfers uitsluitend zal beoordelen in hoeverre haar leerlingen de gestelde leerdoelen bereikt hebben. Is dat vermeldens­waard? Ja, want ze weigert dus ongewenst gedrag met een puntenaftrek te bestraffen. Karen constateert dat vele docenten hun verschillende rollen niet goed uit elkaar houden. Ze geven bijvoorbeeld strafpunten als leerlingen hun opdracht te laat inleveren. Ze verlenen wel uitstel maar voor straf geven ze een lager cijfer dan als hetzelfde werk op tijd zou zijn ingeleverd.
Een integere beoordelaar is geblinddoekt zoals Vrouwe Justitia: hij of zij kijkt uitsluitend naar de geleverde prestatie. Als er geen beoordeelbare prestatie wordt geleverd, dan wordt er geen cijfer toegekend, en als de leerling in de gelegenheid wordt gesteld de gevraagde prestatie alsnog op een later tijdstip te leveren, dan zal een integere beoordelaar de blinddoek niet afdoen. Een integere, rolvaste beoordelaar zal bij deze herkansing geen puntenaftrek toepassen.
Het gaat hierbij overigens niet alleen om de integriteit van de docent-als-examinator, maar ook om de professio­naliteit van de docent-als-coach. Hij of zij wil de leerling door middel van de toegekende cijfers informeren over diens voortgang in de richting van de gestelde leerdoelen. Het is onprofessioneel om de cijfers te vervuilen al naar gelang de leerling gewenst dan wel ongewenst gedrag vertoont. Het staat scholen vrij om van iedere leerling een conduitestaat bij te houden waarin hij of zij gescoord wordt op vlijt, netheid en gedrag. Maar zij tasten het vertrouwen in de professionaliteit van docenten aan, als de cijfers waarmee leerlingen geïnformeerd worden over de voortgang van hun leerproces door dergelijke conduitescores vervuild worden.
Bron: Karen van de Cruys (13/11/2016)
Zie ook: Myron Dueck (2014, chapter 1)

Een schoktherapie

Wes Holleman | 07-11-2016 | 1 Reactie » | permalink

Het was een T-bone crash: de ene auto was dwars op de andere ingereden. De jeugdige chauffeur had niet goed opgelet doordat hij aan het SMS’en was. De leerlingen van Brodhead High School (Wisconsin) kregen ’s morgens via de closed-circuit TV te horen dat vier met name genoemde medescholieren bij de crash waren omgekomen. Tien minuten later werd het bericht gerectificeerd. Ze zijn nog springlevend, maar laat dit een lesje voor iedere leerling zijn, en speciaal voor de 16-jarigen die na afronding van de Middle School hun rijbewijs hebben gehaald: door te SMS’en achter het stuur, breng je jezelf en anderen in gevaar!
Het was dus een nepbericht in het kader van een rij-veiligcampagne die de school op initiatief van de leerlingenraad op touw had gezet. Maar de aanwezige leerlingen konden dat niet weten. Velen waren bij het horen van het overlijdensbericht in snikken uitgebarsten. En de daarop­volgende protesten van ouders zijn door de schoolleiding en door de leerlingenraad van Brodhead High School weggewuifd met het argument dat de jonge chauffeurs hardleers zijn en dat je ze met zoetgevooisde waarschuwingen niet bereikt. Het meest verontrustende van deze recente gebeurtenissen is dat de schoolleiding, zelfs achteraf, niet inziet dat zij onprofessioneel gehandeld heeft.
Lees verder … (PDF)